Het jaar 1969

 

…Weer een nieuw jaar en een nieuwe sleep.

Foto: Rob Visman

Op weg met de Magnus-bakken naar Argentinië.

 

Deze keer moesten we de kraanbakken ‘Magnus IV en IX’ van ‘Ulrich Harms – Bergung’ naar La Plata in Argentinië brengen.

2016-11-28_165440

 

 

 

Die reis duurde van 14 januari tot 24 februari.
Kapitein was D. van Dorp.
Onderweg werd, op volle zee, uit de bakken gebunkerd.

Foto: Piet Bakker

Bunkers overnemen.

Foto: Piet Bakker

B. Weteling en de sleep bij ondergaande zon.

Foto: Piet Bakker

Rustig slepen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat gebeurde t.h.v. Brazilië in de tijd van carnaval.
De radio werd er op afgestemd, de muziek was opzwepend en je werd horendol van die begeleidende fluitjes.

 

 

 

 

 

 

In de haven van La Plata waren twee tankers ontploft en met die bakken moest de ravage opgeruimd worden.
Dat het een ravage was bleek wel, in de schroothoop herkende je nog aan een paar bolders dat het schepen geweest waren.

Op de rede van La Plata kwam een havensleper ons helpen.
Voordat al het sleepmateriaal weer opgeborgen was, wilde de machinist van die havensleper even door de schijnlichten in de machinekamer kijken.
Zijn eerste vraag was waar de hoofdmotoren stonden?
Dat hij daar bovenop keek ging zijn voorstellingsvermogen te boven.
Zulke kleine dingen!
Zijn voortstuwingsinstallatie zal wel antieke afmetingen gehad hebben.

Foto: Piet Bakker

Sleep overgeven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In La Plata zelf zouden we leren jasjes gaan kopen, dat is er niet van gekomen.
De winkels voor die jasjes waren nog niet open en de café’s wel.
Stappen was daar niet leuk, teveel bewapende politie.

Op zoek naar een gelegenheid waar we wat konden drinken namen we een taxi.
De chauffeur wilde uitleggen waar we allemaal naar toe konden gaan.
Plotseling werden we door een andere auto gesneden waar een paar man uitsprongen.
De taxichauffeur werd bleek en beduidde ons rustig uit te stappen.
We werden tegen de taxi aangedrukt en op afstand stond een man met een machinegeweer.
Op de televisie had ik eens gezien dat je met je wijs- en lange vinger je paspoort uit je achterzak kon halen.
Toen die mannen mijn paspoort hadden bekeken werden ze ineens vriendelijk en we werden weer netjes in de taxi geholpen met de nodige verontschuldigingen.
Dat nam ik aan want de Spaanse taal was ik niet machtig.
We waren nu zeker aan een borrel toe.

Daarna ging de reis naar Port of Spain (Trinidad), waar we moesten wachten op orders.
Die kwamen, opstomen naar de Kaap Verdische eilanden.
Daar lag de Turkse vrachtboot ‘Preveze’ waarvan het middengedeelte uitgebrand was.
De runners en alle kakkerlakken leefden tijdens de sleep op het achterdek.

prev02

De Turkse ‘Preveze”.

Foto: Rob Visman.

Vastmaken aan de ‘Preveze’, v.l.n.r. P. Krebs, B. Weteling, B. Huijer, H. Klijnveld en A. Cornelisse.

Foto: Rob Visman.

Vertrek met de ‘Preveze’.

prev03

De tros komt strak te staan.

 

Foto: Rob Visman.

Op weg ermee, richting Antwerpen.

Foto: Rob Visman.

Nog net het hoofd van B. Huyer

Kombuis van de ‘Jacob van Heemskerck’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als lading had ze potas en dat moest naar Antwerpen toe, wij dus nu ook.
Ze gierde vreselijk.

Bij het opvaren van de ‘Schelde’ kwamen er twee schepen stroomafwaarts op ons af, de eerste veroorzaakte een zuiging zodat de sleep uit koers raakte en het tweede schip schampte, die daarbij het anker verloor en op het dek van de ‘Preveze’ achterbleef.
Ter hoogte van Terneuzen zag ik een opslagtank een logo met de letters ‘Dow’ erop geschilderd.
Had er nog nooit van gehoord.
Later zou ik daar dertig jaar werken.

Dow Terneuzen.

 

Daarna voeren we naar IJmuiden om op 26 april afgelost te worden.

Foto: Rob Visman.

Thuisvaren met de ‘Jacob van Heemskerck’ in IJmuiden.

Foto: Rob Visman.

M. de Jong, R. Visman en L. v/d Brink.

Walmachinist Goof de Gelder in zijn karakteristieke houding.

De achtermast van de ‘Jacob van Heemskerck’.

Achterdek.

2016-10-06_144557

Nog een fraaie opname van haar achterdek.

2016-10-05_184313

Nog aan het werk in BW-uitmonstering .

2016-10-05_193719

Met als trots boegbeeld ‘BW’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De ‘Jacob van Heemskerck’ liep op 20-06-1963 van stapel.
In 09-05-1981 werd ze verkocht om in 1996 als ‘Hurricane II’ in Kaohsiung gesloopt te worden.

Ex. Jacob van Heemskerck

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘GRONINGEN’

 

Nu ging ik aanmonsteren op de ‘Groningen’.
Kwade tongen spraken van de ‘strafboot van de maatschappij’ maar dat heb ik op dit schip nooit ondervonden!
Met de ‘Groningen’ maakte ik de langste- en enerverendste sleepreis.

Lang, omdat in die tijd het Suez-kanaal dicht lag.
We moesten rond Kaap de Goede Hoop varen, een ommetje van 12.000 mijl.
Door dat kanaal ben ik nooit gevaren.
Op 11 juli vertrokken we met de drijvende havenkraan ‘Bheema’ naar Visakhapatnam (India).

Foto: Rob Visman.

‘Groningen’ met de ‘Bheema’

Foto: Rob Visman.

De ‘Bheema’.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vlak voor we de Kaap zouden ronden kwam de ‘Gelderland’ voorbij.

Foto: Rob Visman.

Ontmoeting vlak voor Kaap de Goede Hoop.

Foto: Rob Visman.

Ontmoeting met de ‘Gelderland’.

 

 

 

 

 

 

 

 

We konden al van verre een schip van Wijsmuller herkennen.
Een wit puntje met daarboven een rookwolk, heel kenmerkend.
We moesten Durban aandoen omdat in de gland van de roerkoning een scheur zat.

Foto: Rob Visman.

De ‘Groningen’ op volle zee.

Foto: Rob Visman.

Rustig dobberen terwijl de runners werden bevoorraad.

De brug van de ‘Groningen’.

De weinig gebruikte brugbediening voor de motoren.

Radiohut van de ‘Groningen’.

De machinekamer van de ‘Groningen’.

Manoeuvreerstand machinekamer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eenmaal in de Indische Oceaan kwam, na het passeren van de evenaar, op 25 augustus Neptunus aan boord en werd traditioneel het ‘doopfeest’ gehouden.
Ik was één van de slachtoffers ondanks dat ik al driemaal eerder die parallel of grootcircel gepasseerd was.
Nu ging het gebeuren!

De kok had zijn best gedaan het smerigste brood te bakken en de soep van vele dagen te bewaren, waarin nog meer vieze dingen ingingen om er een geslaagd dopingfeest van te maken.

Eerst werd ik in het middentrossenruim (het warmste plekje aan boord) gestopt, daarin moest ik wachten tot het Neptunus behaagde om voor hem te verschijnen.
Dat was zweten.

Als je dan om de machinekamerkap heen komt en je ziet je bemanningsleden zo uitgedost zitten op de runkistjes moet je wel even lachen.
Dat verging me daarna, je moet en wil het ondergaan.
Na een vies drankje en even vies broodje werd ik onder gesmeerd met die hele smerige soepbrij.
De kok had deze troep al dagenlang opgespaard, het borrelde en gistte vanzelf.
Een klontje toegevoegde gist kon het niet meer verbeteren.
Dat was meer voor de damp en geur die er vanaf kwamen.

Foto: Rob Visman.

R. Lakeman, R. Visman, J. v/d Voet en J. Neef.

Foto: Rob Visman.

Op de knieën voor Neptunus met achter me kapitein B. v/d Velden.

Foto: Rob Visman.

R. Lakeman, C. Morel en J. v/d Voet.

Foto: Rob Visman.

Het smaakte niet.

Foto: Rob Visman.

Neptunusfeest.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daarna werd ik gedwongen onder een dekzeil door te kruipen.
Met de dekwasslang spoten ze op mij.
Ontsnappen was niet mogelijk ze gingen voor en achter je staan.
Je moest je lot ten volle ondergaan.
Eenmaal onder dat zeil vandaan werd ik ondergestoven met meel.
Nadat ik me weer wat toonbaar gemaakt had moest ik weer voor Neptunus verschijnen en kreeg ik mijn doopnaam: Rog.
Ik was toegelaten tot het rijk van Neptunus.

Na Visakhapatnam op 19 september terug naar Durban om daar met de ‘Cyrus II’ op weg te gaan naar Kaoshiung (Taiwan).
Ook dat werd een lange reis via Singapore en Manila en kregen we met van alles te maken.
Bij Madagaskar werden we verwelkomd met lichtspoor van overvliegende kogels, bij Straat Soenda veel onweer, wel spectaculair.

 

Foto: Rob Visman.

Op weg van Durban naar Kaoshiung.

Foto: Rob Visman.

Alle handen aan dek.

Foto: Rob Visman.

En maar gieren!

Foto: Rob Visman.

Slecht weer onderweg.

Foto: Rob Visman.

Nat dek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Singapore was spannend met koperdieven, een markt op het achterdek en melkmeisjes in je hut.
De wal op via Clifford Pier, Toby’s Paradise naar Bugisstreet met mooie vrouwen die een adamsappel hadden.

Clifford pier.

Bij Vietnam om het uur een straaljager over om ons in de gaten te houden.
Vlak voor de Filipijnen een typhoon, terwijl we de Manila Bay invoeren, voer de Amerikaanse vloot naar buiten, dat was rond 26 november.
Bij het binnenhalen van de sleeptros bleek dat deze, op enkele tieën na, bijna gebroken was.

Foto: Rob Visman.

Schuilen in de Manila Bay.

Foto: Rob Visman.

Even ontspannen aan dek.

 

 

 

 

 

 

 

In de café’s rond de haven hanteerden ze twee prijskaarten.
Eén voor de Amerikanen en een goedkopere voor de gewone zeeman.

Tijdens mijn vaartijd is me gelukkig weinig letsel overkomen.
In de reis met de ‘Groningen’ overkwam het me twee keer.

Op een nacht was ik bezig met het overhalen van een kleppendeksel van een hulpmotormotor.
De klepzittingen moesten vervangen worden, een nauwkeurig werkje.
Door het nogal omstuimige weer haalde het schip soms flink door.
Een haal en de kop gleed over de werkbank weg.
Ik probeerde het mijn hand tegen te houden maar kwam klem te zitten tussen de rand en kop.
Gevolg: bij mijn pink een flinke jaap.
Om daarvoor de eerste stuurman uit zijn kooi te laten halen?
We hadden al zo weinig slaap.
Een lap om je hand en het bloeden was voor even gestelpt.

De andere kleine verwonding die ik opliep gebeurde ook ’s nachts.
Aan de draaibank was ik bezig om een Sihi-zeewaterpomp te reviseren.
Tijdens het draaien aan een bronzen as sprong een klein deeltje in mijn oog.
Even wat knipperen en doorgaan met het werk.
Dat metaalsplintertje ging later toch irriteren.
Weer naar de eerste stuurman toe die als dokter aan boord fungeerde.
Hij wilde het er met behulp van een magneet uit halen.
Helaas is brons niet magnetisch dus zijn poging mislukte natuurlijk.
Op het zeetje werd, met behulp van iets scherps, dat stukje uit mijn oog geschraapt.

Mocht de stuurman medische hulp nodig hebben dan kon hij via de ether daarover inlichtingen inwinnen.
Midden op de oceaan had je weinig kans op huisbezoek van een dokter.
Ieder uur werd er een paar minuten radiostilte gehouden op de noodzender voor dat soort zaken.

Verder was er ook nog het zeerecht.
Bij ernstige ongevallen of ziektes was er maar te hopen dat er schepen in de buurt voeren die konden helpen.
Ongeacht de nationaliteit van de schepen; men kwam elkaar te hulp.

2016-12-20_144926

Scheepsklok met stilte aanduidingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op weg naar Kaoshiung werden we weer overvallen door een typhoon.
Om 08.00 uur waren de sleepboten besteld om ons te helpen de haven binnen te varen.
Op dat tijdstip geen boot te bekennen en om buiten steeds grotere rondjes te draaien i.v.m. de storm had de ‘ouwe’ geen zin in.

Ingang Kaoshiung.

Kaoshiung.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We gingen toch naar binnen en alle seinen gingen gelijk op rood en vele waarschuwingsvlaggen omhoog.
Onverdroten voeren we door en midden in de haven ging het ‘lekko’ met het anker.
Daar lagen we dus midden in de haven met een dood sloopschip.
Op dat moment lagen er twee Amerikaanse oorlogbodems te wachten om uit te varen, helaas voor ze.
Er kon niets meer in of uit.

 

 

De ‘Groningen’ ging, voor straf, voor vier dagen aan de ketting en zo maakte ik het mee om op excursie te gaan op het eiland.
Hier bleken vroeger ook al Hollanders geweest te zijn en hadden natuurlijk de nodige dijken aangelegd, dát konden de Taiwanezen nog wel waarderen.
Ondanks dat we kroegen beter waardeerden waren wij toch onder de indruk van de pagode’s, zoals die van ‘Confusius’.

tempel

Confuciustempel bij Tainan.

Het Taiwanese voedsel kon onze goedkeuring ook wegdragen.
In een winkel heb ik drie mooie beeldjes houtsnijwerk gekocht en één van jade.

Foto: Rob Visman.

De ‘Cyrus II’ op één oor.

 

Bij vertrek uit Durban lag de ‘Cyrus II’ al op één oor.
Dit kwam door de deining en los gestorte damwanden in het ruim.
De ‘Cyrus II’ was in het kader van de Marshall hulp daarvoor aan Nederland gegeven.

Een Victory VC2-S-AP2 type.

Als VNS schip ‘Meliskerk’.

 

 

 

Ze liep als ‘Haverford Victory’ op 08-05-1945 van stapel.
Een foto uit die tijd is er niet.
Voor de ‘VNS’ voer ze als ‘Meliskerk’ rond?

Later werd ze, samen met haar zusterschip als ‘Cyrus I’ (ex-Molenkerk?) verkocht aan Perzië.
De ketels van beide schepen waren droog gekookt.
In de vuurhaard lagen de waterpijpen als spaghetti rond.
Beide lagen opgelegd in Durban.
Aan boord van de sloper was genoeg materiaal dat wij konden gebruiken.
Verf, staalkabels, gereedschap en een mooie stoel.
We kregen zelfs een ijswaterfonteintje in de machinekamer.
We waren hierdoor de enigste boot van de maatschappij die dat had.
Je hoefde daarom niet meer naar boven voor een koele slok.
Wat een luxe!

Na Kaoshiung , 08 december, gingen we als losse boot naar Balboa in Panama.

Balboa.

Tijdens de economische vaart, op één motor, werden de motoren nagezien, de machinekamer geverfd en voorbereidingen getroffen voor de Kerstdagen.
Het zou mijn gedenkwaardigste Kerst op zee worden.
Iedereen werkte er aan mee.
Van de ‘officieren-messroom’ werd een heus Kerstcafé, de ‘Kwinkslag’, gemaakt.

 

 

 

 

 

 

De run-melkbussen werden barkrukken, een oud visnet werd wand- en plafondversiering en op karton waren Kerstvoorstellingen geschilderd.
Met scheepsverf werden aardappelen omgetoverd tot kaarsenstandaards, waar runkaarsen in stonden te branden.
Kapitein B. v/d Velden hield een Kersttoespraak, waar iedereen van onder indruk was (Fisherman’s Friend?) en de kok had zich uitgesloofd.
We konden drie dagen Kerst vieren omdat we net over de datumgrens voeren, een rare gewaarwording.
Maar dat vond de ‘ouwe’ wel te veel van het goede.
In het netjournaal moest ik twee keer 26 december invullen.
Op Oud en Nieuw werd ik tijdens mijn wacht opgeschrikt door vuurwerk.
Dat was op Taiwan natuurlijk volop verkrijgbaar.

 

 

Oliebollen at ik op de ‘plaat’

Comments

  1. leuke doop!!

  2. Jutter says:

    Mooie verhalen, treft mij omdat ik veel herken. Heb vergelijkbare dingen gedaan, VD gehaald in Middelburg 1972. Bij VO gaan varen en eveneens Memoriaal moeten bij houden. Ook afgekeurd en nog 3 maanden extra moeten bijhouden. Daarna bij v/d Akker gevaren op Bergingsvaartuig. Nu al meer dan 30jr in de Chemie bij Arkema Vlissingen.

Geef een reactie