Het jaar 1970

 

…Op 16 januari kwamen we met de ‘Groningen’ in Balboa (Panama) aan en was het wachten op de aflossers.
Die hadden vertraging.
Na de aflossing overnachtten we in een hotel te Panama-stad en daar maakten we kennis met het opgeruimde levensritme van de Panamezen.
De ‘ouwe’ bestelde een lunch terwijl hij een ontbijt bedoelde.
De ober vond dat hilarisch en al de tijd dat we man zagen was hij aan het lachen.

Met het vliegtuig via Caracas naar Curaçao.
Om in de nacht naar Madrid door te vliegen.
Er kon ons niets gebeuren er vlogen ook een aantal nonnen mee.
Daarna naar Parijs en uiteindelijk Amsterdam.
Ik had de wereld gerond in zes maanden.

In 1962 als nieuwbouw te Kootstertille.

Aan de Wijsmuller steiger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De ‘Groningen’ liep van stapel op 27-10-1962 om in 02-1980 nog verkocht te worden als ‘Portia’.
In 2009 voer ze nog ergens rond, meer gegevens ontbreken.

2016-03-07_110252

‘Groningen’ als ‘Portia’ in 2009.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘GELDERLAND’

 

Mijn verlof was kort en de ‘Gelderland’ was mijn volgende boot.

Ze lag in Bahrein en na aflossen voeren we op 13 maart naar Daiyir (Iran).
De eerste weken was het wachten op een jop of op orders.

De ‘Gelderland’.

In Bahrein bunkeren.

 

 

 

 

In de tijd dat we bij Daiyir lagen hadden we onze bezigheden.
Het schip werd natuurlijk onderhouden en waren er reparaties te doen.
Ondertussen waren we ook een soort scheepswerf geworden.
De plaatselijke visserij had ontdekt dat wij technisch goed voorzien waren.
We liepen beneden zelfs om toerbeurt klusdienst.
We hoorden het aan de dreun tegen het berghout als er weer één van die scheepjes langszij kwam.
Dan ging de man die dienst met zijn gereedschap naar boven.
Voor reparatie aan hun scheepjes moesten die vissers vaak naar Bahrein varen maar nu waren wij, voor even, hun steun en toeverlaat.
Van alles werd er gerepareerd: pakkingen vernieuwen, laswerkzaamheden, uitlijnen, draaiwerk voor een nieuw onderdeel.
Er was van alles te doen op die bootjes met als dank een klein glaasje mierzoete thee, vers gezet.

O. de Haan, T. van Oosten, G. de Fouw en C. v/d Mijl aan het diner.

formeel

T. van Oosten, O. de Haan en G. de Fouw bij de burgemeester van Daiyir.

 

 

 

 

 

Ook boden we hulp aan, na een storm in Bahrein, om via onze scheepszender de autoriteiten daar te vragen of de vissers uit Daiyir daar schuilden en veilig waren.
Als dank daarvoor werden de officieren uitgenodigd om bij de burgemeester te komen eten.
We gingen soms op het strand voetballen, heimelijk van afstand gadegeslagen door de vrouwelijke inwoonsters.
Dan kwam de plaatselijke veldwachter ons wegjagen: we gaven aanstoot met onze ontblote bovenlichamen.
We werden wel uitgenodigd om tegen de school daar te voetballen?

gelder02

Het sterrenelftal: coach/trainer T. van Oosten, D. van Bruggen, W. Postuma, T. Geul, R. Zwart, M. Hayer. Zittend: F. de Lange, A. Boon, H. Starrenburg, M. Hommes, P. Klooster. De fotograaf R. Visman was de elfde man en maakte het enige doelpunt.

Om 14.00 uur en met een melkbus water bij ons, bonden we de strijd aan.
Helaas, de wedstrijd werd met 3-1 verloren, maar het plezier vergoedde veel.
Wederom sta ik weer niet op de foto.

voetbal

Het voetbalveld.

eigen01

Het inschieten van de doelman M. Hommes. Publiek genoeg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vrouwen hadden voor ons het eten bereid en naar goed Nederlands gebruik wilden wij hiervoor bedanken.
Dat gaf wat problemen, uiteindelijk mocht één van de vrouwen in de deuropening onze complimenten aannemen, daarna wegwezen.

We kregen opdracht om naar Bahrein te gaan, daar te bunkeren en twee onderlossers, de ‘Lek’ en de ‘IJssel’ naar Vlaardingen te brengen.

De onderlossers ‘Lek’ en ‘IJssel’, met witte pet bootsman B. Timmerman.

De verschansing ingedeukt. G. de Fouw neemt de schade op.

losser

De onderlossers ‘Lek’ en ‘IJssel’.

sleep

Op lengte vieren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De onderlossers werden door een plaatselijk sleepbootje aangevlet.
Het resulteerde in een ingedeukte verschansing.
Een leuke bijkomstigheid was, dat die onderlossers tal van tropische vissen bevatten in de ruimen.
Ze voeren dus mee.

In Oman moesten we de sleep voor anker laten om op jacht te gaan naar een jop.
Dat krijg je als je een ‘Joppenkoning’ als kapitein aan boord heb.
Tijdens het manoeuvreren kregen we problemen met een motor (kromme kleppen) en het jop ging ook niet meer door.
Dus weer alles sleepklaar maken en verder naar de Kaap.
Niet eerder voordat een paar man de naam ‘Gelderland’ daar op de rotsen geschilderd te hebben.

sleep

De dans over de golven.

sleep

De kop erin.

 

 

 

 

 

We kregen daarna slecht weer.
De sleeptros naar de onderlosser ‘IJssel’ brak, weer vastmaken en verder in de richting van Vlaardingen.
Onderweg bleek de ‘IJssel’ lek geslagen te zijn door zijn eigen anker.

lek

Weer vastmaken.

lek

De losgebroken ‘IJssel’.

lek

F. de Lange keek toe.

ijssel

En weer verder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gat dicht lassen, leeg pompen en weer verder.
Met de tropische vissen ging het goed.
Alsof we twee aquaria versleepten.

Helaas, we moesten de sleep overgeven aan de ‘Groningen’ bij de Canarische Eilanden.
Niet naar Vlaardingen dus.
We waren nog maar net vertrokken of we moesten de sleep weer terug overnemen.

Afbeelding002

De ‘Groningen’ met onze sleep op de achtergrond. Op het achterdek kok T. Simon en de wtk’s A. Boon en D. van Bruggen!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De ‘Groningen’ kreeg een black-out en wij gingen verder met sleep richting Wight.
Daar werd de sleep overgegeven aan de ‘Noord-Holland’, die net uit dok kwam en een proefsleep moest maken.
Geen thuisvaart voor ons.

2015-12-30_162550

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We werden naar de andere kant van de Atlantische Oceaan gestuurd.
Naar Peekskill bij New York om sloopschepen op te halen die naar Bilbao (Spanje) gebracht moesten worden.

Onderweg naar Peekskill kregen we nog een jop op 01 september.

Een onduidelijke foto uit een krant met de ‘Gelderland’ en de ‘Nestos’.

 

Bij de Bermuda’s dreef de ‘Nestos’ van de rederij Livanos, haar achteruit en haar machinekamer waren uitgebrand.
Toen we er bij kwamen was een kuster, de ‘Gwendolen Isle’, al bezig vast te maken met wat meertrossen die telkens braken.

De ‘Nestos’ van Livanos.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier kwam ‘Hollands Glorie’ weer aan te pas!
We wilden vastmaken aan de bulkcarrier, maar de bemanning van de kuster verdedigde echter haar buit en lieten ons niet dicht bij komen met onze werksloep.
Wij benaderden hun even later van twee kanten, die overmacht was teveel voor ze en konden wij toch vast gaan maken.

Om de ‘Nestos’ te verslepen moest er pogingen ondernomen worden de stuurmachine weer in de middenstand te zetten.
Het bleek een ingewikkelde machine te zijn en het lukte ons niet.
Terwijl we bij het licht van zaklantarens de stuurmachine bekeken rolden bij elke slingering de olievaten met veel lawaai langs ons heen.

Nadat de brandinspecteurs de schade hadden opgenomen werd de ‘Nestos’ eerst naar de Bermuda’s gebracht.
Daar werd ze zeeklaar gemaakt om het schip naar Baltimore te slepen.

Om het anker van de ‘Nestos’ te hieuwen, was het vermogen van de ‘Gelderland’ nodig en die kon het niet genoeg leveren.
Steeds zwaardere zekeringen werden er in gedraaid met als gevolg een grote klap en vonken uit de schakelkast.
De isolatie van de elektrische bedrading bleek over een meter weggesmolten te zijn en waren we ineens een ‘dood’ schip.

Porceleinen smeltveiligheid houder.

Steen met kleuraanduiding.

indraaihouder.

Smeltzekering.

Schakelkasten met op de voorgrond de GM-generatoren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terwijl ik beneden de boel repareerde, werden we met sleep en al naar buiten gebracht.
Het anker van de ‘Nestos’ bleef in het kluisgat steken.
Nadat alles aan boord weer functioneerde, gingen we op weg naar Baltimore met een sleper van McAllister als achterboot om tegenstuur te geven.

Eenmaal in Baltimore werd, zoals te doen gebruikelijk, door ons het runmateriaal naar de ‘Gelderland’ terug gebracht.
Dit was zeer tegen de zin in van de ‘customs’ want we verbleven zonder permissie aan de wal.
Na aflevering van de ‘Nestos’ voeren we binnendoor over binnenmeren naar Peekskill, een mooie toeristische vaarroute.
Constant in de gaten gehouden door een schip van de milieudefensie.
Misschien rookten we teveel, een gekend euvel bij de provincie klasse.

In Peekskill gingen er nog een paar opvarenden de wal op.
In de werksloep brachten we ze aan de wal.
Een paar Amerikanen vroegen waar we vandaan kwamen.
‘From Holland’.
‘In that boat’?
We knikten enthousiast met ons hoofd, wisten die lui veel.

Het was een ware uittocht van sloopschepen.
Zelfs de ‘Cycloop’ bracht slopers naar de andere zijde van de Atlantische Oceaan.
De sloopschepen hadden soms mooie namen zoals de ‘Irish Splice’ en de ‘Salmon Knot’ die wij gingen verslepen.
De beide schepen hadden maar één reisje in de oorlog gemaakt naar IJsland en terug en verdwenen daarna in de mottenballenvloot.

2016-12-28_114741

Een deel van een mottenballenvloot met op de voorgrond T. Dijkstra en H. Bos op de ‘Cycloop’.

Mottenballenvloot met hoofdzakelijk Liberties.

Van de ‘Coasters’ was het nieuwe nog niet af ondanks dat ze er al lang voor anker lagen.
Ze waren nog puntgaaf en de motoren waren ingespoten en klaar voor gebruik, nu mochten de Spanjaarden ze gebruiken.
Uit de schepen zelf werden nieuwe vissersschepen gemaakt.

 

irish

Voorbereidend werk.

Met de ‘Salmon Knot’ en de ‘Irish Splice’ naar Bilbao.

 

 

 

 

 

 

De ‘Gelderland’ moest nodig in dok en ze had al een keer uitstel gehad.
Bij Bilbao was het weer slecht met veel deining, met lekkende motoren zijn we toch binnen gelopen.
Daar pompten we het brakke drinkwater overboord om vers drinkwater in te nemen.
Daarna, als losse boot, kreupel naar Harlingen voor haar nodige dokbeurt.

Fraaie afbeelding

Steigerend!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De zoetwatermaker was het eerste dat problemen gaf: de salinometer was kapot en er was geen reserve.
Je moest regelmatig proeven of het nog goed werkte.
Soms was je te laat en ging zeewater zo de drinkwatertanks in.
Die voorraad was dus brak geworden.
Als je naar beneden ging kreeg je flessen mee die je met zoetwater moest vullen.
Deze werden in de koelkast gelegd.
‘Wee je gebeente’ als je van een ander zijn fles dronk.
Dat er stiekem uit de ruildoos een flesje bier gepikt werd was lang niet zo erg meer.

In actie.

 

 

 

 

 

 

 

 

De siliconen afdichtingspezen van de cilinders, net onder de koppen, waren op.
De rubberen afdichtingspezen, ook van de cilinders, kwamen van de seperatoren en werden pasgemaakt met nietjes.
De zittingen van de cilinders sloten door ‘verpotloding’ niet meer goed af.
Koelen deden we nog met zeewater.
De brandstofleidingen moesten provisorisch worden gelast.
Ze was opgevaren.

Als een ouderwetse stoomboot kwamen voor Harlingen aan.
’s Nachts was er nog een S.O.S.
Ergens bij Schotland zat een visserman omhoog maar de ‘ouwe’ had daar geen zin meer in.
Op 16 oktober liepen we binnen.

thuis

Ik werd door mijn ouders en verloofde opgehaald.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is vreemd te beseffen dat ik dit schip vele malen tegengekomen ben.
Er zelfs op gevaren heb.

2016-03-07_104825

Ondergang van de ‘Gelderland’.

Het einde van dit schip was dramatisch.
De ‘Gelderland’ liep van stapel op 31-05-1963 om op 02-03-1976 te vergaan op het rotseiland Isla de Cabras nabij San Juan te Porto Rico.

Het doet toch wel wat om haar er zo bij te zien liggen.

Na de ‘Gelderland’ was het voor mij gedaan met de lange reizen.
Ik ging voor een jaar terug naar school, proberen mijn volgende diploma te halen.

 

Comments

  1. L.C.Bergmans says:

    Ik heb deze site met genoegen gelezen.omdat ik zelf ook als w.t.k op de Cycloop,Gelderland,Utrecht,Help en de havenslepers te IJmuiden.
    Mijn langste nonstop reis maakte ik als 3e wtk met de gelderland van Orange(texas) naar Vigo (spanje)met op sleeptouw 2 teetoe tankers .
    reis duur 103 dagen (ik heb nog oude foto’s en een dia serie van de reis met deze tankers. vr.gr Leo

Geef een reactie