De jaren 1972 tot en met 1976

 

…In die jaren ging ik regelmatig naar Libië of was in de havendienst werkzaam.

 

De haven van Marsa El Brega.

 

Zat je in de havendienst dan maakte je kans om op één van de havenslepers te komen.
Het ene moment zat je op de ‘Cornelis Willem’ of de ‘Junior’.

2015-06-12_223738

2015-06-12_224852

 

 

 

Een andere keer zat je op de ‘Titan’ (de joppenboot), de ‘Stentor’ of de ‘Nestor’.

2015-06-12_222149

2015-06-12_195816

2015-06-12_191434

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Of je moest op de ‘Cycloop’ aanmonsteren voor een kustreisje.

2015-06-12_230905

 

 

 

 

 

 

 

 

Al gebeurde zo’n reisje ook wel eens met de ‘Titan’.

titan

‘Titan’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de havendienst liep je één week op en één week af.
Dat was dus op vrijdag op tijd uit Hengelo, mijn vroegere woonplaats, vertrekken om ‘s middags in IJmuiden met de trein aan te komen.

afb15

Station Hengelo.

2016-07-26_155427

Station IJmuiden.

Naar de personeelsafdeling gaan en kijken op welk schip je ingedeeld was.
Eenmaal aan boord: installeren, je kooi opmaken en een borreltje doen met de ‘staf’.
De volgende vrijdagmiddag, na de erwtensoep, yoghurt en witte brood, hopen dat je op tijd werd afgelost om wederom met de trein huiswaarts te keren.

Het eten in de havendienst werd verzorgd door ‘de Bruinvis’.
Er waren ook scheepkoks die daar werkten.

bruinvis01

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kok reed dan rond met de maaltijden en bracht tegen het middaguur de pannen met het warme eten aan de steiger.
Ook het brood, opsnit en melk voor avond en nacht werd afgeleverd.
Je moest dan wel voor kant liggen.
Soms werd het op de sluis gebracht.

Stentor-Nestor

Gezusterlijk wachten.

2016-02-14_110226

Wachten tussen de pieren.

Lag je tussen de pieren te wachten of was je net met een boot bezig, helaas.
’s Avonds stonden ze weer schoon geschuurd boven bij de oprit om opgehaald te worden.

Voor het eten betaalde je een geringe vergoeding wat de opmerking opleverde: hoe meer je eet, hoe meer je verdient.
Je betaalde ook voor het kledinggoed ( beddengoed, handdoeken, e.d.).
Had je verlof dan werd het, samen met het etensgeld, uitbetaald.
Dat was wat anders dan je ‘maandbrief’.

Op het eten werd altijd gemopperd, dat ontlokte één van die koks de opmerking: ‘als jullie bruin brood willen eten, dan zet je maar een zonnebril op’.

Het was bij Wijsmuller een komen en gaan van bemanningsleden, een soort duiventil.
Maar er waren er genoeg die gewoon bij het meubilair hoorden.
Mannen met een reputatie en waar de wildste verhalen over verteld werden.
Zo iemand was ook ‘opoe Meins’.

2016-12-28_163645

J. Meins op de ‘Simson’ in Brega met de ‘Assistent’ en L-4 op de achtergrond.

Hij was niet de enige, er waren meer legendarische figuren die de rangen bij Wijsmuller bevolkten.
De ‘Tijl Uilenspiegels’ van de maatschappij die streken uithaalden waar nu nog over gesproken en gretig naar geluisterd werd.

 

Als je naar Libië werd uitgezonden, kon je in die tijd, op de ‘Assistent’, de ‘Hector’ of de ‘Simson’ terechtkomen.

Gastanker in Marsa El Brega.

Olietanker aan beurt 3.

 

 

 

 

 

 

 

 

De eerste keer dat ik naar Libië ging kwam ik op de ‘Assistent’ terecht, dat was op 15 maart 1972.

assistent

Hier nog met mast.

Sleepboot Assistent getekend door Rob Visman

Door mij getekend.

Naast de schoorsteen stonden houten kisten gemonteerd, daarin zaten de reserveonderdelen van de machinekamer.
In de havendienst had je die niet nodig.
Daar hadden ze een groot magazijn voor aan de wal.

P1090151

Verkocht naar Griekenland.

Net als in de havendienst in IJmuiden, kregen we walstroom in Brega.
Behalve de ‘Assistent’, die draaide op haar hulpmotor en accu’s.
De verlichting kwam van haar accu’s.
Ze had ook airconditioning aan boord daar moest je regelmatig aan regelen.
Dan bevroor de boel of koelde het niet goed.
Vooral de mannen in hun verblijf achterop hadden daar veel last van dat was soms een ware bakoven.
Er is geen goede foto van de ‘Assistent’ in Brega uitrusting, maar ik heb haar ooit eens getekend.

In de machinekamer stond een Bolnes Tweeslag-V-motor en had 8 cilinders.
Een prachtige machine.

doorsnede_v_motor_700

180px-Logo_Bolnes_modern

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het was een prettig scheepje om mee te varen.

 

Van beurt 3 werd de arm door de ‘Assistent’ heen en weer getrokken.
Dat ging moeizaam en moest je de arm vroegtijdig afremmen, anders stuiterde hij een eind terug op zijn aanmeerbanden van de tanker af.

Beurt 3

2015-06-12_230725

Beurt 3 en de L-4.

Vaak was het afwachten of de douanemensen, een militaire afdeling, nog wat lieten zakken.
Zij kenden ons probleem.
In Libië stonden we namelijk ‘droog’, maar soms kenden ze mededogen, barmhartigheid.
We maakten geen onderscheid in soort of merk, als het maar smaakte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ze lieten zich liever door ons naar de tankers varen, daar hadden ze meer vertrouwen in en zaten ze gezellig in het bruggetje.
Soms ook waren we ambulancedienst en voeren we met de Esso-dokters naar schepen als daar hulp nodig was.
M.a.w. de ‘Assistent’ was geschikt voor alle doeleinden.
Ze heeft zelfs nog eens als smokkelboot gevaren.

Trouwens, een tandarts hadden we zelden nodig.
Dat kon ik zelf ook wel, zolang het een eenvoudige handeling betrof.
Ik mag graag een stukje kaas eten.
Aan boord hadden we Permazaanse kaas, dat is meestal keihard.
Daar brak ik dus mijn kunsttand op.
Hoe verwijder je dan een scherp randje?
Men pakken een sleutelvijltje en een spiegel en vijlt dat randje glad.
Een matroos die dat aanzag werd er even onpasselijk van.

 

beurt3

 

Beurt 1.

We hadden een eigen steiger in Marsa el Brega, maar die bak zakte steeds verder weg door het schroefgeweld.
Regelmatig moest de kade aangepast worden.
Het steigertje werd opgehoogd of verbouwd.

 

 

Materiaal kregen we van de havendienst ter plaatse.
Het was ook in hun voordeel om droge voeten te houden.

 

simson%20brega

‘Simson’ in Marsa el Brega.

Olieman Isaac de Smet.

Rob Visman bij de beting van de ‘Simson’.

 

 

 

 

 

 

Hier de ‘Assistent’ met op de achtergrond een van de gastankers, die met regelmaat 40.000 m3 LNG laden, hun voortstuwing draaide op het lekgas.
Het waren vier zusterschepen; drie onder Italiaanse vlag en één onder de Spaanse.
Namen: Esso Liguria, Esso Portovenere, Esso Brega en de Laieta.
Wie degene is die ligt te zonnen op het matrozenverblijf weet ik niet.

De kont van de ‘Assistent’ met op de achtergrond een gastanker.

2016-12-28_112840

Gastanker ‘Esso Brega’ achter de ‘Assistent’.

2016-12-21_113550

Eén van de vier zusterschepen, de ‘Esso Brega’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De ‘Hector’ en ‘Simson’ werden veelal gebruikt om de gastankers aan de kade te brengen en drukken, te slepen met een werkeiland en de andere laadbeurt 5 buitengaats.

Brega

Tanker aan de beurt.

 

Brega

Aankomst van een tanker.

 

De Belgische zuiger ‘Vlaanderen XIV.

 

 

 

 

 

 

 

Vreemde eend in deze bijt is de Belgische zuiger, de ‘Vlaanderen XIV’, die al het wier moest wegzuigen die alles verstopten, ook de koelers op onze schepen .
De coördinator kwam vaak bij ons aan boord mee eten, omdat hij de zaken met de havenkapitein, Owen MacGuire, moest regelen, wat betreft het schoon houden van de haven.
Van hun kregen we later de befaamde ‘Spa-flessen’.

 

'Assistent'.

De ‘Assistent’.

Marsa El Brega vanuit zee gezien.

ESSO olieraffinaderij vanuit zee gezien.

 

Een Berningpomp en de nieuwe loopbrug naar de ‘Hector’.
Het werkeiland dat regelmatig naar buiten gesleept werd voor reparatie aan de beurten en inspectie van de leidingen en slangen onder water.
De werkplek voor onze duikers.
Zij sliepen aan boord van de ‘Hector’.

Achterdek ‘Simson”.

simson

Berning en het nieuwe steigertje.

Marsa El Brega

W. van Eeghem en R. Visman

Overzicht haventje.

De bak waar we aanmeerden.

Plaatselijk werfje.

De walaansluiting en de voorraadhokjes.

hector

De “Hector”.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de bak waren twee hokken waar de grotere onderdelen in opgeslagen lagen.
Tussen die hokjes waren de drooglijnen gespannen voor de was.

Dit was verhaal over Marsa El Brega, een verlengstuk van de havendienst in IJmuiden.

 

De schepen in de havendienst van IJmuiden werden bemand door zowel mensen van de lange tros als door mensen die alleen maar in de havendienst zaten.

De Wijsmuller-steiger.

Hierdoor ontstond volgens mij waarom Wijsmuller een fijn bedrijf was.
Je kende elkaar en kwam elkaar zowel op de lange tros, havendienst en Libië tegen, één grote familie dus en dat gold ook met het walpersoneel.

 

 

Het personeelsbeleid was ook soepel, mocht er wat thuis gebeuren dan was er altijd de mogelijkheid om tussentijds afgelost te kunnen worden.
Befaamd op alle schepen was het ‘baby-boek’.
Daarin werd de tijd vermeld wanneer je vrouw zou kunnen bevallen.
Rond die tijd werd je in de havendienst geplaatst en mocht je direct naar huis vertrekken om bij de geboorte aanwezig te zijn.

 

De ‘Cornelis Willem’.

Het kantoor van Wijsmuller had in hun wijsheid besloten dat bootsmannen ook als schippers in de haven moesten kunnen rondvaren.
Zo werd de ‘Cornelis Willem’ aangewezen als lesvaartuig.
Arie van Oosten als schipper, Ron Zwart als matroos en Rob Visman als wtk, vormden de reguliere bemanning.

 

 

 

In onze week van havendienst kregen we Henk Buter als ‘leerling’ aan boord.
Van de kant afgaan was geen probleem, zelfs rondvaren, manoeuvreren bij afgemeerde schepen, het ging voortreffelijk.
Je zag Henk groeien in het bruggetje.
Na verloop van tijd zat zijn proefles erop en meerde hij weer keurig aan aan de steiger.
Opgelucht klauterde hij de trap op en keek nog een keer om.
Hij begon toen te vloeken en te tieren.
Tussen de beting hing een groot bord met een ‘L’ er op geschilderd.
Twee dagen heeft hij niets tegen ons gezegd.

 

Deze fotoserie is op 10 februari 1974 genomen in de haven bij de Hoogovens.
Bij de ‘Coral Meandra’ hielp ook de ‘Cycloop’.

 

Beting van de ‘Cornelis Willem’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Brug

Achterzijde, met aan stuurboord de machinekamer ingang..

 

Cycloop

Samen met de ‘Cycloop’.

havendienst

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende serie is van een ‘rig-move’ met de ‘Titan’ en de ‘Cycloop’ van de ‘Trans-Ocean I’ op 11 juli 1974.
Daarbij hielpen ook een Smit-Lloyd en de Noorse marine sleper ‘Herkules’.

an5362192

Rig-move met de ‘Trans-Ocean’.

Een ‘Smit-LLoyd’ en de Noorse ‘Herkules”.

2016-12-30_105347

De ‘Cycloop’ aan de ‘Trans Ocean’.

herkules

De Noorse ‘Herkules’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 16 juli 1974 een kustreisje met de ‘Titan’ van Delfzijl naar Amsterdam met de ‘Mulus I’, een werkbak.
Hier liggen de ‘Titan’ en de ‘Cycloop’ te wachten op beter weer om een zuiger en materiaal van Delfzijl naar Vlaardingen te brengen.

Wachten in Delfzijl.

Slepen aan de ‘Mulus I’ ponton.

 

 

 

 

 

 

 

‘Cycloop’

Bouwjaar: 1957
Werf: Jonker en Stans te Hendrik Ido Ambacht
Bouwnummer: 279
Opdrachtgever: NV. Bureau Wijsmuller
Naam: Friesland

Machine vermogen: 1200 IPK
Machine installatie: 2 x 2 tact enkelwerkende 8 cilinder Bolnes
Brandstof: gasolie
Overbrenging: keerkoppeling
Hulpmotor: Kromhout 6-TSV-117
Stroom: gelijkspanning
Snelheid: 11 mijl
Trekkracht: 18 ton
BRT: 244 ton
Lengte 32 mtr.
Breedte: 8,23 mtr.
Diepgang: 3,56 mtr.
Roepletters: PEEO
Vlag: Nederlandse
IMO nr.: 5121586

doorsnede_motor_700

180px-Logo_Bolnes_modern

6ts

Kromhout
friesland2za

2014-10-25_224430

Oud- en Nieuw bij elkaar.

2014-10-25_225723

Hier nog met haar originele achtermast.

2014-10-25_225614

Nu met de portaalmast voor het zwaardere werk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na het uitkomen van de provincie-klasse werd begin december 1963 haar naam veranderd in ‘Cycloop’.
Roepletters: PDML
Ze was op dat moment werkzaam in Libië.

friesland

 

In 1970 werd het vermogen opgevoerd tot 2150 IPK door het o.a. plaatsen van Brown Boveri uitlaatgassenturbines op de motoren.

cycloopqb7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ze was van dezelfde klasse als de ‘Titan’, maar door de later aangebrachte portaalachtermast kreeg ze een heel andere uiterlijk.
De ‘Titan’ en de ‘Friesland’ waren eerst alleen te onderscheiden omdat de ‘Titan’ een schuine beting had.
De portaalachtermast werd aangebracht toen de ‘Friesland’ voor het eerst naar Libië ging.
In Marsa el Brega werd ze gebruikt om de olieslangen/leidingen uit het water te halen voor inspectie.
Ook heeft de ‘Cycloop’ geholpen bij het bouwen van aanlegboeien.
De verschansing kon verwijderd worden.
Later is dit werk overgenomen door het werkeiland, de L-4, die naar het werkgebied gesleept werd.
Daar ging het voor anker en werd, na gedane arbeid, weer naar de haven teruggesleept.

l4117mediumni4

 

Ze was van 1965 tot 1970 werkzaam in Libië.

Net als de ‘Utrecht’ was ook de ‘Cycloop’ een werkboot.
Geschikt voor alle diensten.

2016-12-30_105021

Brug van de ‘Cycloop’.

2016-12-30_105055

Hutje van de ‘ouwe’.

2016-12-30_105129

Naar de verblijven matrozen.

2014-10-20_184920

De ‘Cycloop’ gezien door een kluisgat van de ‘Utrecht’.

mkcycloop

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier een wazige foto van de machinekamer met een motor en de uitlaatgassenturbine, een deel zichtbaar van omkeerkast.
Op de voorgrond de reservekoppen.

In 1986 werd ze van de vlootsterkte afgevoerd.
Op 05-09-1991 is ze gezonken in de Golf van Biskaye.

Er zijn nog een tweetal verhalen over dit schip op http://bureau-wijsmuller.nl
1946 – 2001 sleepboten A-D Cycloop 1963 – 1986

 

We moesten op 06 maart 1975 met de ‘Cycloop’ naar Cherbourg (Fr) om daar een grindstorter te verslepen naar Lissabon (Portugal).
De ‘Utrecht’ was er al mee onderweg geweest, maar die trok zo hard aan de ‘Spui’ dat de bolders uit het dek vlogen.

Wachten op minder wind.

De wiebelbak ‘Spui’ in Cherbourg.

Even proberen!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er moest met iets minder geweld met die grindstorter gesleept worden.
Het probleem was dat er niet mee naar buiten gegaan mocht worden, als er meer dan 4 Beaufort stond.

Het geheel was gebouwd op een soort landingsvaartuig, erg gammel.
De eerste poging op 13 maart ging goed, maar de wind overschreed al gauw de toegestane kracht, dus maar weer naar binnen.
Daarna was het wachten op beter weer en dat kwam niet.
Op 15 maart zijn we onverrichter zaken teruggekeerd naar IJmuiden.
De sleep werd pas in de zomer in Lissabon afgeleverd.
Op de foto ‘wiebelbak’: B. Belterman op het achterdek en F. van Oostrum op de ‘Spui’.
Verder was het best toeven in Cherbourg.
‘s Morgens aan het scheepje werken en ‘s middags de wal op, wat boodschappen doen, koffie drinken of de plaatselijke Pernod proeven.

Eens onze trots.

 

 

 

 

 

 

 

Zweden en de Oostzee had ik nog niet bevaren.
Op 05 april 1975 was het aanmonsteren op de ‘Cycloop’ en Luleå (Zweden) was de bestemming.
Tijdens het sleepklaar maken is er altijd wel tijd voor een ‘bakkie’.

J. de Roode, D. Huizinga, H. Onel en H. Theissen.

Met een bak op de kop door het Kielerkanaal.

 

 

 

 

 

 

De ‘Cycloop’ in het Kielerkanaal en veranderd in een duwboot met één van de bakken op de kop.

Achterdek van de ‘Cycloop’ op het Kielerkanaal.

duw

De brug bij Rendsburg over het Kielerkanaal

duwen

Inspecteren van de sleep door Th. Dijkstra en D. de Bood.

Verlaten van Kiel met T. Theissen en D. de Bood.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De tweede reis duurde van 17 april tot 30 april 1975.
De reis naar Luleå ging maar tot Holmsund, in de Botnische Golf.
De reden was dat de ‘Cycloop’ en de ‘Titan’ geen ijscertificaat hadden om door te mogen varen.
Al het baggermateriaal werd opgeslagen in Holmsund.

zweden04

Kiel 10-04-1975

foto02

Holmsund (Zweden).

halmar

2016-03-15_103651

Een betere foto van de brug 6072 mtr lang.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De terugreis naar IJmuiden hebben we als ‘toeristische route’ gevaren.
Langs Öland en onder de Ölandsbrug door.

 

Onderweg ontmoetten we nog de Russische vissersvloot.
Bij één van die vissersschepen ruilden we sprot voor een fles jenever, de sprot kwam goed aan boord, maar de fles jenever sloeg kapot bij die Rus.
Dus nog maar een fles over.

Ome ‘Henkie’ Levrasier bakte de sprot in zijn befaamde pan, wat zout erover, een borreltje en met z’n allen smullen op de brug.

Bruggetje

Brug van de ‘Titan’.

Stuurhut

Telegraaf van de ‘Titan’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het vertrek van de steiger ging via een vast ritueel.
Door het luikje op de brug riep de ‘schipper’ naar beneden: “wind ze maar op, meester”.
Een teken dat de motoren gestart konden worden om assistentie te gaan verlenen.

A. v/d Wiele roept door het luikje.

Het luikje.

Een kenmerk van de ‘Titan’ was dat ze een beting had die schuin stond.
Dan kon de sleepdraad in het verlengde van het schip werken.
Het schip was daardoor te herkennen.
Ook toen werd er al geëxperimenteerd.

Titan-19

2014-10-17_084748

Achterdek van ‘Titan’ met schuine beting en allerlei trossen.

2014-10-17_084824

De liertrommel van de ‘Titan’ en de toegang tot de verblijven.

2016-03-16_224352

Manoeuvreerstand ‘Titan’.

 

2014-10-16_224842

Verkocht naar Gibraltar en varende als ‘Titan-A’.

Tijdens manoeuvreren stond de schipper altijd op het schavotje buiten.
Hij rammelde dan met de telegraaf als teken voor het overzetten, dan bediende hij het schip zelf.
In de machinekamer konden we dan voor even onze rust nemen.

 

Bij het snel van vol vermogen naar langzaam klapperden de spoelluchtkleppen behoorlijk.
Starten was in de winter soms een beproeving van deze ‘Bolnes’ motoren.
Dan werd er via een trechtertje wat ether in de spoelluchtruimte gedruppeld.
Met als gevolg dat de koppen konden scheuren en je daar weer werk aan had.
Toch waren het heel betrouwbare motoren, twee acht cilinders in de grote havenslepers.

plaat_gekleurd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ome ‘Henk’ kon geweldig vis bakken.
Op zondag kwamen vaak de vrouwen van de opvarenden om vis mee te eten.
Die vis haalde hij van de vissersschepen.
Ook de visserlui kenden ome ‘Henk’.
In geheimtaal werd aan hem geroepen waar de vis verstopt zat op zo’n visservaartuig als ze ons soms tussen pieren voorbij voeren.

 

h.levrasier

Henk Levrasier

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hij moest wel oppassen.
Door de ‘kaairidders’ werd er op hem geloerd.
Werd hij gepakt, dan betaalden wij zijn boete.
Ook zijn sigaren kreeg hij van ons als beloning voor de vele vis.
Wee degene die aan zijn vispan zat om er een eitje in te bakken, die voer daarna nooit meer op de ‘Titan’.

 

Leen Holzhuizen en Henkie ‘Ome’ Levrasier.

 

 

 

 

 

 

Ome Henk droeg in zijn leven slechts één keer een pak.
Daarin ging hij naar een receptie die gehouden werd ter ere van het zoveel jarig bestaan de ‘Koopvaardij’.

IMG

 

Prinses Margriet, zij was hiervan de ‘Beschermvrouwe’, behoorde tot het hoge gezelschap.
Kantoor betaalde voor het pak.

 

 

 

 

Soms laat het geheugen mij in de steek.
Hoe heette dat bootje toen, dat door motorpech in de Noordzee dreef en waar we aan vast maakten met de ‘Titan’?

Het was een Deens kottertje dat een paar Duitsers hadden gekocht om bij de Canarische Eilanden als rondvaartbootje te dienen.
We hadden nog maar net druk op de sleeptros of het kluisgat sprong uit de verschansing.

 

 

De naam van een schip, de ‘Captain Vettakos’, brachten we die nu in Vlissingen binnen of was het die tanker die we in Libië op beurt 3 moesten helpen?
Die tanker was zo rot, dat de stoomleidingen aan alle kanten lekten en we haar moesten helpen om achteruit te varen, dat kon ze niet meer.
Ik weet wel dat het een vroegere BP-tanker was, de ‘British Lantern’, dat stond nog op haar kont.

‘British Lantern’.

Of die tanker vlak bij IJmuiden, bij zulk slecht weer dat we zowat over de verwarmingsradiatoren konden lopen en we motorstoring kregen doordat water in de brandstof terecht kwam.
Zo zullen er meer zaken in het vergeetboekje geraakt zijn.

Een krantenknipsel van de ‘Hondsbosch’ bemanning met J. Maigret, de man met baard weet ik niet meer en R. Visman.

 

 

 

 

 

 

De ‘Hondsbosch’ herinner ik me wel weer, dat was op 13 november 1973.
Het was slecht weer en het zou nog slechter worden.
De ‘Hondsbosch’ was zo’n ‘zelfzinker’, vol met oud-papier, op weg naar Engeland.
Uit de kleine sluis voer ze ons voorbij langs de BW-steiger.
De ‘ouwe’ riep nog binnen te blijven, maar ze luisterden niet.
Een paar uur later konden we er achteraan, ze was al gezonken.
Haar bemanning zat gelukkig al in een reddingsvlot.
Dus die moesten we gaan zoeken!

 

hondsbosch1947exgesinac

hondsbosch

De ‘Hondsbosch”.

2016-05-21

Hr. Ms. Overijssel D-815

Lockheed ‘Neptune’.

sluis

De kleine sluis 10-02-1974

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We kregen hulp van de marine in de vorm van een onderzeebootjager de
‘Hr. Ms. Overijssel’ (D-815) en een ‘Lockheed Neptune’ vliegtuig.
Op de ‘Hr. Ms. Overijssel’ voer een maat van me, op dat moment wisten we dat niet van elkaar.

Het marinevaartuig hield het vlot uit de wind, zodat we het samen met de drenkelingen aan dek konden nemen.
Ondertussen vloog de ‘Neptune” rond om te zoeken naar de vierde man.
Soms kwam ze zo laag over dat de zwiepantennes van de ‘Titan’ heen en weer gingen en je de stuwdruk van de propellers voelde.
Later bleek dat ze maar met drie man naar buiten was gevaren, dat was tegen de scheepvaartregels.
De jongen op de verschansing droeg een overall van mij.
Ik kreeg het keurig netjes gestreken weer terug.

Was ik nu een brave zeevarende, geenszins!
Ook ik heb gagestraf gekregen door niet op tijd terug te keren van walverlof, oftewel: stappen.
Met de geur van brandende hakken ging ik meestal de wal op.
Het overkwam me in Gibraltar.
Er werd van mij verwacht dat ik voorbereidende werkzaamheden zou verrichten in de machinekamer aan de zoetwatermaker.
Dat moest vanaf 00.00 uur gebeuren, als het gedaan was kon ik naar mijn kooi.
Maar het ‘stappen’ was gezellig en dan vergeet men de tijd.
Te laat begon ik aan mijn werkzaamheden en het zat natuurlijk tegen.
Er was nog maar één moer los en die ging nog zwaar ook.
Om 06.00 uur stond de ‘eerste’ achter me en overzag de situatie.
‘Te laat terug zeker’ was zijn vraag?
Een overbodige conclusie.

NeeltjeJacoba

De ‘Neeltje Jacoba’.

Twee dagen gagestraf en voorlopig niet meer de wal op, het geld ging naar de toenmalige KN&ZHRM, oftewel de ‘reddingsboot’.
Daar heb je in je arbeidsovereenkomst de keuze voor gemaakt.

 

 

Afbeelding007

Kop van de haven.

De reddingsboot op de foto’s was een vervanger van de veel bekendere ‘Neeltje Jacoba’, die moest op dat moment in dok.
Daarom ook van deze befaamde reddingsboot wat beelden.

IJmuiden-Vissershaven

De ‘Neeltje Jacoba’.

 

 

 

 

 

 

 

 

In Piraeus mocht ik, weliswaar onder begeleiding van de ‘tweede’, toch weer de wal op.
Het voelde weer als vanouds aan en beleefde daar weer één van mijn ‘sterke verhalen’.

Geef een reactie