Vooruit, achteruit

 

…Zoals al eerder vermeld, was de ‘Utrecht’ een speciaal schip.
Ook haar machinekamerindeling had wat afwijkingen.

788

De meeste sleepboten hadden hun machinekamer onder het achterdek en achter de hoofdmotoren een reductiekast met een korte schroefas.

De machinekamer op de ‘Utrecht’ was centraal in het schip geplaatst, waardoor een lange schroefas nodig werd.
Achter de hoofdmotoren stond de versnellingskast, verbonden door poederkoppelingen.
Ook al afwijkend van het gebruikelijke.
Normaal waren dat vloeistofkoppelingen.

Als we moesten varen, was het; de trap afglijden, hoofdmotoren één voor één met olie doorpompen, smeertoestellen doordraaien, luchtvaten openen, extra hulpmotor bij voor de ankerwinch, luchtcompressor aanzetten en de ‘likkertjes’ dopen en die op het schroefaslager leggen.
Ondertussen moest je wel uitkijken dat je niet je schenen open haalde, want je ging door de waterdichte-deuropening met zeedrempel naar de schroefastunnel.

Dan het starten van de motoren, altijd een bijzonder gebeuren.
Een klein stootje lucht ter controle of er geen water op de zuigers staat.
Dan de indicateurkranen sluiten, weer een stoot lucht, de motor op toeren laten komen en doordrukken.
Ploffend en kuchend startte dan de motor; een heerlijk geluid.

Motoren Utrecht

Bij rode pijl de starthendel.

Een mooi gezicht om al die kleptuimelaars ritmisch te zien bewegen.
Die werden met een mengsel ‘50/50’ gesmeerd (gas – en smeerolie).
Soms bleef er weleens een klep vastzitten; met behulp van een koevoet en flink inspuiten kreeg je die, tijdens het draaien, los.
De kans was anders groot dat de stootstang beschadigd raakte.

 

 

Later werden de smeerolie- en brandstofseperator bijgenomen.

De schroefas hield je glimmend door er een matje overheen te leggen, tijdens het draaien schuurde het mooi blank.
Netheid op de ‘plaat’.

matje

Een matje.

Om vanuit de schroefastunnel naar de stuurmachinekamer te komen, moest je half slangenmens zijn: over de schroefas stappen, dan kwartslag draaien en de stuurmachine kamer in kruipen.
Je zat dan recht boven de schroef en dan merkte je wel als de ‘Utrecht’ haar kont iets uit het water tilde.

kont

De ‘Utrecht’ tilt haar kont uit het water.

 

Toch kon je daar stiekem even een hazenslaapje pikken, de ‘lappen’ lagen daar opgeslagen.

De schroefasafdichting was een drama: pokhout.
Die moest je nog op de hand doorpompen met vet dat niet oploste in water, dik vet.
Het doorsmeerapparaat stond boven in de machinekamer en door de lange leidingen zat het vaak verstopt.
De glandafdichting aanzetten had ook geen zin, alles zat stijf vastgeroest.
Er sijpelde dus constant wat zeewater naar binnen.
Het was dus zaak regelmatig de ‘bilge’ te lenzen.
Al snel werd deze door een ‘Simplex-afdichting’ vervangen, dat was een hele verbetering.

Op de onderstaande foto de machinist aan de manoeuvreerstand: zijn linkerhand bediende de beide motoren (kon ook afzonderlijk gedaan worden).

manuoevreerstand

Manoeuvreren.

2015-01-21_223543

De manoeuvreerstand van de andere kant bekeken met wtk. P. Knaven.

 

Bij zeer langzaam draaien moest je wel eens achterom kijken of er niet één gestopt was, zo rustig draaiden die twee achtcilinder motoren.
Zijn rechterhand bediende de versnellingen, drie vooruit en één achteruit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als je achteruit moest, dan begonnen de ‘karren’ te blazen en te piepen, de rook kwam onder de koppen vandaan.
Manoeuvreren deed je alleen in de 1e versnelling, eenmaal op weg dan ging je gauw van de 2e naar de 3e versnelling.

Ooit samen mee gevaren.

De snelheid van het schip werd verder door de uitlaattemperaturen van de motoren bepaald.
De olieman hield de brugorders op de telegraaf bij.
Schrijven, zoals op koopvaardijschepen, werd niet gedaan; dat was ondoenlijk.

De motoren hadden ooit eens verstuiverkoeling, maar dat werd niet meer toegepast.
De tankjes daarvoor hingen nutteloos vooraan onder de motoren.

tank

Werkspoor TMAB 336 met tankje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wij gebruikten ze echter wel, om er onze rookwaar en drank in te verbergen voor de ‘zwarte bende’.

verstuiver

Verstuiverkoeling. Werd niet meer toegepast.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Engeland kregen we die lui regelmatig aan boord.
De ‘zwarte bende’ was een speciale afdeling van de douane, die plots aan boord verscheen en werkelijk alles overhoop haalde om de contrabande te achterhalen.
Ze hadden donkere overalls aan, vandaar de naam.
Alles moest achter ‘zegel’ zitten, als je wat nodig had dan kocht je dat maar aan de wal.
Zelfs toen ‘Willem Alexander’ geboren werd, waren ze onverbiddelijk.
Je drinkt die borrel maar in een pub aan de wal.

Zwarte Bende.

Alles moet open.

 

Zo hadden we ooit, na een tip, ook eens een zak met drank en rookwaar aan het reserve-anker gehangen en deze laten vieren.
Bij het ophalen scheurde de zak en alles ging alsnog verloren, slechts één tinnetje shag kwam boven drijven.

utrecht03

Met snor.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Je had wat te stellen met die lui.
Gelukkig moesten ze alle werk zelf doen onder toezicht van stuurman en een scheepswerktuigkundige.

Wij zeiden altijd dat het gevangenen waren die, als ze wat vonden, strafvermindering kregen!

 

Comments

  1. Frans Hofmann / Goofy says:

    Ik Heb er een paar reizen op gemaakt.
    Maar altijd aan dek, of als runner.

Geef een reactie