Sardientjes

 

…Met de ‘Willem Barendsz’ sleepten we de Belgische zuiger ‘Reina Fabioala’ naar Venetië.
Het is eens wat anders om met een sleepboot deze bijzondere plaats te bezoeken.
We hoefden niet meer in een gondel rondgevaren te worden.

Als je Venetië binnenvaart is alles nog wijds tot je het Canal Grande opvaart.
De zuiger werd overgenomen en wij gingen voor de wal in dat kanaal.
We bleven een nacht over dus iedereen had de kans om deze prachtige stad in te gaan.

Canal Grande in Venetië.

 

Zelf had ik met een matroos ‘stille wacht’ en ’s avonds zijn wij gauw even in een café vlakbij wat gaan drinken.
Voor L600 had je daar een lekker glas wijn.
We namen ook nog een twee literfles van dat spul mee, een slobberwijntje voor de nacht.

Magnum.

 

 

 

 

De stappers hadden waarschijnlijk dezelfde wijn gedronken op het Piazza San Marco, de prijs was daar wel het tienvoudige van wat wij er voor betaalden.

 

 

 

 

 

 

 

In de middag hadden enkele opvarenden bij een plaatselijke visser wat sardientjes overgenomen.
Die werden in het zuur gezet, lekker voor later.

De werkzaamheden aan boord gingen gewoon door.
Als het donker wordt ga ik de machinekamer lenzen en kijk controlerend over het potdeksel of er geen olie meekomt.
Dat is in Venetië streng verboden, dus toezicht gewenst.
Na verloop van tijd komt er toch olie uit de ‘Willem’, dus snel de lenspomp gestopt.
Ik heb hem toch even geknepen dat het niet ontdekt zou worden.
Gelukkig was er een stroming die alles van ons schip verwijderde.

In de nachtelijke uren hebben we de fles wijn soldaat gemaakt en gingen daarna over op de Hollandse klare.
Eén vraag bleef ons bezig houden: zouden die sardientjes nu al lekker zijn?
We gingen dat eens proeven.

Sardientjes.

 

Een uur later lag ik voor de pot: wijn, jenever en vette sardientjes in het zuur, dat was teveel voor me.
Ik zag de wereld op dat moment voor een bromtol aan.

Het heeft lang geduurd voor ik weer sardientjes ging eten zonder dat mijn maag in opstand kwam.

 

Geef een reactie