Berning

 

…Een onderbelicht aspect en toch bij iedere berging aanwezig.
Bergingpompjes oftewel Bernings.

Als een sleper van Wijsmuller bij een jop arriveerde, werd eerst de situatie bekeken.
Kan de berging ter plekke gedaan worden of moet er eerst naar een ‘oppertje’ gesleept worden.
Een beschutte baai, ook bekend als ‘achter Kaap Kont liggen’, dan wel een veilige haven?

In de gevallen dat het jop water maakte, werd het bergingsmateriaal tevoorschijn gehaald.
Uit het trossenruim kwamen dan de Bernings.
Iedereen aan boord wist waar de naam voor stond en waar het voor diende.

C. Pronk met een Berning.

 

Klein en gauw te verplaatsen, ze zagen er altijd gebutst en gehavend uit.
Onhandige bergingspompen en in de meeste gevallen weigerde ze te starten.
Kreeg je ze eenmaal aan de praat dan draaiden ze bij wijze van spreken nog onder water door.
De slangen hingen in de trossenruimen, die hoorde je bij elke slingering van het schip, of lagen goed vastgesjord op het achterdek.

Berningsslangen in de kont.

 

Een beetje machinist had er de handigheid in om ze met de slinger te starten.
Starten van een Berning had een bepaald ritueel: gloeilonthouder eruit draaien, lontje erin drukken, aansteken, de houder er vlug weer indraaien, slingeren (denk om de terugslag) en na de nodige rookwolken begon de motor te pruttelen en te draaien.

 

Zolang je ze te eten gaf bleven ze dat ook doen.
Eigenlijk waren ze onverwoestbaar, al zorgden ze soms wel voor verwensingen.

 

F. van Rixel, D. Jurres en NN bezig met een Berning.

 

Bij de berging van de ‘Nestos’ met de ‘Gelderland’ stonden er twee in serie om het bluswater uit de machinekamer van het onfortuinlijke schip weg te pompen.
Een Berning werd bij de ‘Beaver Chief’ gebruikt om de luchtflesjes van de duikers te vullen.
Terwijl op de ‘Assistent’ in Marsa el Brega een Berning voor iets anders nodig was.
De schroefasgland lekte door en om deze aan te kunnen zetten moest eerst het zeewater uit het compartiment gepompd worden.
Met de ‘Utrecht’ en de berging van de LCU 1570 was zo’n pomp ook onontbeerlijk.
Zo zullen er nog legio verhalen over de Berning zijn.

“Groningen” bij de ‘Tojo Maru’.

De “Octopus” en de ‘Bretagne’.

Berning als bergingspomp.

 

Wát werd er niet gedaan met die Bernings?
Hoeveel van die pompjes zou Wijsmuller wel gehad hebben?

Allang bij Wijsmuller in gebruik.

 

Waar kwamen die dingen eigenlijk vandaan?
Op foto’s kom je ze weinig tegen, ze zijn blijkbaar niet zo fotogeniek.

‘Utrecht’ en ballasten van haar sleep.

 

In de vernieuwingsdrang kwamen er op een gegeven moment de vervangers in de vorm van turbinepompen.
Ooit werd er één getest op de oploop van de steiger in de havendienst.
Die moest je ook eerst op gang slingeren, bij een bepaald aantal toeren kon je ze pas starten.
Ondertussen dreef je van het zweet en had je een lange arm.
Veelal bleef het bij het ronddraaien.

Er werd weer teruggegrepen op de vertrouwde Berning.
Ze waren onhandelbaar, gemonteerd in een frame om ze te beschermen en ze eraan op te kunnen takelen, op wieltjes die niet wilden draaien.
Voorzien van een kistje waar de benodigdheden in hoorden, zoals de slinger, een doosje met de lontjes, pakkingen, lappen en wat gereedschap.

Berning05

W. Postuma.

 

Een kleine onvoorzichtigheid en je beschadigde je scheenbeen.
Dat ondervond W. Postuma tijdens een sleep van de ‘Gelderland’.
Hij moest in de eerstvolgende haven afgelost worden.

 

 

 

Iedereen kon er mee omgaan en meters slang werden met bouten aan elkaar vastgemaakt.
Zelfs kapiteins waren er mee bezig, zoals A. Kleingeld bij een sleep van de ‘Utrecht’.

Zo’n Berning kende geen rang en stand.
Waar dienden ze allemaal voor?
Vol-,leeg- of verpompen, licht draaien, als laskarretje en sta-in-de-weg.

Kapitein A. Kleingeld en NN sleutelen een ejecteur aan de slangen.

 

Het was zo’n gewoon attribuut dat aan boord van het schip hoorde, zoals trossen, zeekaarten, gereedschap in de machinekamer of bemanning.

Na enig zoeken heb ik toch nog wat informatie gevonden.
De fabriek heette Motorenbau Alfred Berning KG in Schwelm (D) en bestond van 1951 t/m 1965.
Het motortype was Berning Di-7.

Berning Di-7

Logo.

 

Er is zelfs nog een folder van het type.

Folder.

 

Het vreemde is dat deze motoren hoofdzakelijk werden gebruikt in de landbouw.
Iemand schreef zelfs: de Berning-motoren waren de vroegste viertakt dieselmotoren die licht genoeg waren voor op tuinbouwmachines.
Dat kwam door de toepassing van veel aluminium.

Dat ze ook in de sleepvaart werden toegepast was niet eens bekend.

Aan boord kregen we een handleiding hoe om te gaan met deze bergingpompjes.

Technische dienst mededeling.

Nostalgisch.

 

Als kritische noot werd er aan toegevoegd dat het geen erg robuuste motoren waren.
Ze konden slecht tegen mishandeling zoals overbelasting en de cilinderkop is nogal kwetsbaar door het ingieten van een stuk gietijzer in het aluminium.

Ze moesten eens weten hoe er aan boord met die Bernings omgegaan werd!

 

Geef een reactie