Groot
…Vliegdekschepen en slagkruisers waren imposante vaartuigen die indruk maakten.
Hun verschijning deed geloven dat er geen strijd meer nodig was.
De werkelijke strijd werd echter gedaan door kleinere, vaak onooglijke, schepen.
Enorme schepen van kracht en macht, maar niet zo geschikt voor taken die er echt toe deden.
Het beschermen van konvooien, de levensaders van iedere oorlog.
Groot, klein en alles wat daar tussen voer, de zee heeft het allemaal gezien!
Klein
Veel schepen hadden moeite met de verraderlijke Noord-Atlantische Oceaan en z’n grillige kuren.
Dit was het domein van trawlers en korvetten, veelal met visserlui als bemanning die die wateren als beste kenden.
Zij beschermden de belangrijke toevoerlijnen, kusten en havens.
Dit soort trawlers werden gebouwd tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Het ontwerp van de romp uit die tijd was zo robuust dat dit concept in de Tweede Wereldoorlog nogmaals werd gebruikt.
Deze schepen waren geschikt voor mijnenveeg operaties, patrouilles en anti-onderzeeboot operaties.
Ze werden uitgerust met ASDIC en geschut.
De meeste schepen die de Eerste Wereldoorlog overleefden, werden na de oorlog ingezet als visserijtrawlers.
Een groot aantal werd bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog weer door de Admiraliteit gevorderd.
Gebouwd tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1917 en in dienst gesteld, als ‘HMT. Richard Bagley’.
Het schip werd in 1921 particulier verkocht en ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog in 1939 weer gevorderd als ‘HMT. Malacolite’.
Na de oorlog deed het schip weer dienst als visserijschip tot het in 1954 werd gesloopt.
Nog wat oude vissersschepen die weer gevorderd werden voor marinetaken.
In oorlogstijd hadden dit soort schepen het zwaar te verduren in de Noordelijke ijszeeën.
Trawlers voeren op alle zeeën, zelfs op wateren waar torpedobootjagers problemen mee kregen.
Tussen de ‘HMT. Swansea Castle’ en de ‘HMT. Lindisfarne’ zit zo’n vijfentwintig jaar.
Het type van de ‘Lindisfarne’ waren de grootste trawlers die voor oorlogshandelingen gebruikt werden.
De ‘HMT. Swansea Castle’ begin WWII.
De ‘HMT. Basset’ was zo’n beetje het prototype van de trawlers die voor de RN ontwikkeld en vlak voor het uitbreken van WWII gebouwd werden.
Zo’n 180 schepen met hun nodige aanpassingen werden er gemaakt.
Werd in 1946 verkocht en voer als vissersschip ‘Serron’ tot 1965, waarna ze werd gesloopt.
Ze werd in 1967 gesloopt.
De ‘HMCS. Liscomb’ was al een serieuze aanpassing van een trawler en werd in Canada gebouwd.
Verliezen
Een aantal trawlers ging verloren, dat is inherent aan de strijd op zee.
Zo ging de ‘HMT. Kurd’ in 1945 verloren omdat ze tijdens het vegen op een mijn liep.
De ‘HMT. Horatio’ ging in 1943 verloren door een aanval met torpedo’s van de ‘Schnellboote S-58’ in de Middellandse Zee.
Ook de trawlers ‘HMT. Lord Hailsham’, de ‘HMT. Jasper’ en de ‘HMT. Myrtle’ werden door deze snellbooten tot zinken gebracht.
De ‘HMT. Lady Shirley’ werd in 1941 door de ‘U-374’ getorpedeerd.
Ze had net daarvoor de ‘U-111’ door dieptebommen en kanonsvuur tot zinken gebracht.
De ‘U-374′ werd op haar beurt weer door torpedo’s van de ‘HMS. Unbeaten’ tot zinken gebracht.
De ‘HMS. Unbeaten’ P-48 verdween spoorloos.
Mogelijk eigen vuur, door dieptebommen uit een ‘Wellington’.
De ‘HMT. Ganilly’ werd in Het Kanaal door de ‘U-390’ getorpedeerd en ging verloren.
Het succes van de ‘U-390’ was maar voor korte duur.
Ze werd even later door de ‘HMS. Wanderer’ en de ‘HMS. Tavy’ eveneens tot zinken gebracht met dieptebommen.
De ‘HMT. Orfasy’ werd door de ‘U-68’ in 1943 tot zinken gebracht.
De ‘U-68’ had al de nodige schepen doen zinken.
Zelfs vier schepen op één dag om er de volgende dag nog twee naar de bodem te jagen.

De ‘U-68’ viel in 1943 de Noorse tanker ‘Litiopa’ aan.
Bij de eerste aanval miste ze het schip.
De ‘HMT. Orfasy’ joeg de ‘U-68’ met dieptebommen op, ze werd echter door de Duitse duikboot getorpedeerd en zonk.
De ‘U-68’ viel opnieuw de tanker aan.
Al haar torpedo’s misten doel.
Eén ontplofte vlak achter de onderzeeër en een andere draaide rondjes zonder iets te raken.
Uiteindelijk wist de ‘U-68’ met kanonvuur de ‘Litiopa’ te laten zinken.

In oktober 1942 was ze beter in het torpederen van schepen.
Ze vernietigde op één dag vier schepen: de Griekse ‘Koumoundouros’, het Engelse schip ‘Sarthe’, de Amerikaanse tanker ‘Swiftsure’ en het Nederlandse schip ‘Gaasterkerk’ van de VNS.
De dag erna deed de ‘U-68’ het nog eens dunnetjes over en torpedeerde het Amerikaanse schip ‘Examelia’ en het Belgische schip de ‘Belgian Fighter’.
De bemanning van de ‘Examelia’ werd gered door de ‘John Lykes’.
Even later nam dit schip ook de overlevenden van de ‘Belgian Fighter’ aan boord.
Ze werd in 1972 gesloopt.
Begin 1942 had ze ook al de ‘Breedyk’ van de NASM tot zinken gebracht.
De ‘Ceres’ van de KNSM werd in 1943 haar slachtoffer.
De opvarenden van de ‘Swiftsure’ werden door de ‘Zaandam’ van de HAL aan boord genomen.
De ‘Zaandam’ werd in 1942 door de ‘U-174’ ter hoogte van Recife tot zinken gebracht.
Hierbij kwamen 124 opvarenden van de bijna 300 om.
De overlevenden werden door de ‘Gulfstate’ gered.
Drie bemanningsleden werden, na 83 dagen op een vlot rondgedobberd te hebben, door de ‘USS. PC-576’ gered.
De ‘Gulfstate’ werd door de ‘U-155’ in de Golf van Mexico getorpedeerd.
De bemanning werd gevonden en gered door een ‘Lockheed Dolphin’ en overgebracht naar de ‘USS. Noa’.
De ‘U-155’ gaf zich in 1945 over.
Werd naar Schotland versleept en later afgezonken.
De ‘USS. Noa’ werd in 1944 overvaren door de ‘USS. Fullam’.
De ‘U-155’ had ook de nodige Nederlandse schepen vernietigd.
De ‘Poseidon’ van de KNSM, de ‘Kentar’ van de SMN, de kusters ‘Draco’ en ‘Strabo’ en de ‘Serooskerk’ alle in 1942.
De ‘Poseidon’ verging met man en muis bij Barbados.
De ‘Hamburg’ werd in 1940 te Soerabaja gevorderd door de Nederlandse Staat en door de SMN als ‘Kentar’ in de vaart genomen.
De ‘Strabo’ van de KNSM werd bij Georgetown door geschutsvuur tot zinken gebracht, de bemanning zeilde in de reddingssloep naar Paramaribo en kwam veilig aan.
De ‘Draco’, eveneens van de KNSM, werd in het Caraibisch gebied tot zinken gebracht.
De bemanning kwam veilig aan in een sloep te Nickerie.
De ‘Serooskerk’ van de VNS gleed als ‘Gemma’ voor van Nievelt & Goudriaan in 1922 te water.
Door de VNS in 1931 overgenomen en in 1933 grondig verbouwd.
Het Belgische schip ‘Brabant’ werd ook door ‘U-155’ tot zinken gebracht.
De overlevenden werden door de Noorse tanker ‘Glittre’ gered.
De tanker raakte in 1943 beschadigd door een aanval van de ‘U-628’.
Ze bleef drijven, maar de ‘U-603’ gaf haar het genadeschot.
De opvarenden werden aan boord van de ‘HMS. Dianthus’ genomen.
De ‘U-603’ verdween in 1944 spoorloos.
De ‘U-628’ werd door dieptebommen vanuit een Engelse ‘Liberator’ vernietigd.
De ‘U-68’ werd in 1944 bij de Azoren opgemerkt door vliegtuigen van de ‘USS. Guadalcanal’ terwijl ze jacht maakten op de ‘U-515’.
Drie Grumman Avenger’s en een Wildcat vernietigden de duikboot met dieptebommen.
De ‘USS. Guadalcanal’ begeleidde samen met de torpedobootjagers ‘USS. Pope’, de ‘USS. Pillsbury’, de ‘USS. Flaherty’ en de ‘USS. Chatelain’ een konvooi richting Amerika.
Ze ontdekten de ‘U-515’ en maakten jacht op haar.
De U-boten konden alleen ’s nachts nog boven water komen om hun accu’s op te laden.
Ze waren alle vier van de ‘Edsall-klasse’.
Succes
Er werden ook successen behaald door de trawlers, al waren die spaarzaam.
Britse oorlogsschepen en schepen die werden gevorderd voor oorlogstaken kregen het voorvoegsel ‘HMS’.
Uit erkentelijkheid mochten trawlers het ‘HMT’ voeren.
‘His(Her) Majesty’s Ship’ werd ‘His(Her) Majesty’s Trawler’.
Hun pennant letter was ‘T’.
De ‘U-343’ werd in de Middellandse Zee bij Sardinië door de ‘HMT. Mull’ met dieptebommen tot zinken gebracht.
De ‘U-452’ werd in 1941 bij IJsland door de ‘HMT. Vascama’ samen met een ‘Consolidated PBY-4 Catalina’ met dieptebommen tot zinken gebracht.
Het Engelse visserijschip werd in 1939 door de RN gevorderd.
Daarna uitgeleend aan de Portugese Marine die haar in 1944 weer teruggaven.
Uit dienst in 1945 en gesloopt in 1963 te Gent.
De ‘U-551’ werd bij IJsland door de ‘HMT. Visenda’ met dieptebommen tot zinken gebracht.
De ‘HMT. Visenda’ voer van 1939 tot 1946 voor de Engelse marine.
De ‘U-731’ werd in 1944 bij Gibraltar door de ‘HMT. Blackfly’ met dieptebommen tot zinken gebracht.
Ook twee ‘Catalina’s’ hielpen daaraan mee.
De ‘HMT. Blackfly’ voer van 1939 tot 1946 voor de Engelse marine.
De ‘U-732’ werd in 1943, eveneens bij Gibraltar, door de ‘HMT. Imperialist’ met dieptebommen tot zinken gebracht.
Dit deed ze samen met de ‘HMS. Douglas’.
De vergane Duitse onderzeeërs waren alle van het type VIIC.
Overgave
De ‘U-570’, eveneens van het type VIIC, was de enige duikboot die zich overgaf aan een vliegtuig.
Op haar eerste patrouillevaart werd ze belaagd door een ‘Lockheed Hudson’ bij IJsland.
Het afwerpmechanisme voor de dieptebommen weigerden.
De ‘Hudson’ maakte melding van de duikboot en een volgend eskader bestookte het schip en beschadigde haar.
De bemanning van de duikboot was nog onervaren en had last van zeeziekte.
Ze zagen echter nog wel kans om het ‘Enigma’ codeerapparaat en andere waardevolle papieren overboord te gooien.
Het eskader wilde de onderzeeër vernietigen tot ze een witte vlag zagen wapperen.
De bemanning gaf zich over en de ‘HMT. Northern Chief’ enterde haar later.
De ‘U-570’ werd naar Thorlákshöfn in IJsland gesleept en overgenomen door de Engelse marine.

De ‘U-570’ leverde een schat aan informatie op voor de geallieerden.
De Engelse marine heeft haar nog tot 1943 als de ‘HMS. Graph’ in de vaart gehouden.
Een duikboot die aan beide zijde strijd geleverd heeft.
Enigma
De ‘U-110’ werd ook overmeesterd door de Engelsen.
Ze probeerde samen met de ‘U-201’ een konvooi aan te vallen, maar door dieptebommen van de ‘HMS. Aubretia’ werd de ‘U-110’ zwaar beschadigd.
De ‘HMS. Bulldog’ en de ‘HMS. Broadway’ schoten te hulp.
De Verenigde Staten leenden vijftig torpedobootjagers aan de Engelsen, ze waren van de ‘Clemson-klasse’.
Het waren al oud-gedienden.
Na de oorlog weer teruggegeven aan de VS en werd in 1947 gesloopt.
De ‘U-110’ dook op en in de veronderstelling dat ze daarna zou zinken, verliet haar bemanning het schip.
Ze bleef echter drijven en opvarenden van de ‘HMS. Bulldog’ gingen aan boord.
Verzamelden alle belangrijke materialen, inclusief een ‘Enigma-codeermachine’ met bijbehorende codeboeken.
Was er bij de verovering van de ‘U-570’ veel ophef, bij de ‘U-110’ gebeurde het allemaal in grote stilte.
Zelfs de bemanning van de ‘U-110’ was niet op de hoogte wat er gebeurde.
Het vinden van de ‘Enigma-machine’ en het ontcijferen hiervan bracht een ommekeer in de strijd op de Noord Atlantische Oceaan en verdere oorlogshandelingen.
Een dag later verging de ‘U-110’ toch ter hoogte van Groenland.
De ‘U-201’ werd verjaagd.
Die torpedeerde het Nederlandse schip ‘Flensburg’ van de Halcyon Lijn in 1942 vlakbij Suriname.
De bemanning kwam daar in de reddingsboten veilig aan.
De ‘U-201’ werd door dieptebommen van de ‘HMS. Viscount’ bij Newfoundland tot zinken gebracht.
Ontkomen
Toen de Duitsers Nederland binnenvielen, weken tientallen trawlers uit naar Engeland.
Sommige waren al door de Nederlandse marine gevorderd om als mijnenvegers- of leggers te dienen.
De ontkomen schepen werden, in overleg met de Britten, omgebouwd voor oorlogshandelingen.
Dit ombouwen betekende niets meer dan dat de trawlers uitgerust werden met een installatie om verankerde mijnen te kunnen ruimen.
Vanaf 1941 werd een aantal van die aangepaste vissersvaartuigen uitgerust met een tuig tegen magnetische- of akoestische mijnen.
De bemanningen van de vissersschepen, veelal uit IJmuiden, werden in de meeste gevallen gemilitariseerd door het ondertekenen van een verbintenis.
Het commando van een gevorderde trawler kwam in handen van een marineofficier.
De Nederlandse hulpmijnenvegers opereerden onder Nederlandse vlag, maar onder Brits bevel.
Ondanks de risico’s deden de bemanningen van de hulpmijnenvegers hun werk omdat zij beseften dat elke opgeruimde mijn de redding van een schip kon betekenen.
De ‘Caroline’ werd in Milfordhaven gestationeerd.
Deze haven was belangrijk voor geallieerde konvooien.
Ze was uitgerust om akoestische mijnen te ruimen.
Die mijnen werden geactiveerd door het schroefgeruis van een schip.
Dagelijks gooiden de Duitsers daar ’s nachts mijnen uit en moesten dan weer worden verwijderd.
Milfordhaven werd slecht bewaakt.
Het ging bij de ‘Caroline’ zes keer goed, maar bij de zevende werd ze uit het water geblazen met verlies van alle opvarenden.
De ‘En Avant’ werd in 1939 gevorderd en deed dienst als bewakingsvaartuig.
Week uit naar Engeland en werd een hulpmijnenveger.
Sleepte in 1944 de minionderzeeërs X-20 en X-23 van Normandië terug naar Engeland.
De ‘Vikingbank’ diende ook als hulpmijnenveger tot 1946.
Ze werd daarna gebruikt om overtollige munitie in zee te dumpen en was de eerste trawler die weer vis aan land bracht.
Het waren niet alleen vissersschepen die uit IJmuiden verdwenen naar een veilige haven aan de andere kant van de Noordzee.
Mensen die probeerden te vluchten uit Nederland deden dat ook via deze haven.
Prinses Juliana en haar gezin gingen met de ‘HMS. Codrington’ naar de veilige overkant.

De ‘HMS. Codrington’ raakte in 1940 zwaar beschadigd en zonk door een Duitse luchtaanval van Messerschmitt Bf-109 toestellen op Dover.
Haar zinken werd stil gehouden.
De ‘Bloemendaal’ uit 1917 werd in 1939 gevorderd en diende als boeienlegger.
Ontkwam naar Engeland en kreeg Holyhead als ligplaats.
Werd omgebouwd tot mijnenveger om in 1946 weer teruggegeven te worden aan haar eigenaar.
Er waren meer visserijschepen die naar Engeland ontkwamen.
De ‘Maria Elisabeth’ werd in Fleedwood gestationeerd.
De ‘Dirkje’ en de ‘Claesje’ waren net als de ‘Betje’ vissersschepen uit Rotterdam.
De ‘Claesje’ en de ‘Dirkje’ werden naar de West Indië gestuurd om daar als patrouille schepen dienst te gaan doen.
Helaas waren er ook trawlers die verloren gingen door mijnen, aanvaringen of luchtaanvallen rond het begin van de oorlogsstrijd.
De ‘Erin’ zonk in 1942 door een kleefmijn in Gibraltar.
Gevorderde vissersschepen voeren in oorlogstijd overal rond.
De ‘Alida’ kreeg in 1942 een aanvaring met een Engelse trawler en zonk.
De ‘Protinus’ ging ten onder door beschieting van een vijandelijk vliegtuig.
Vier man kwamen daarbij om.
De overlevenden werden na zes dagen gered door de ‘HMS. Unity’ en veilig aan wal gebracht.
De ‘HMS. Unity’ zonk na aanvaring met het Noorse schip ‘Atle Jarl’ in 1940 bij Schotland.
Al die trawlers hebben belangrijk en gevaarlijk werk geleverd door het vrijhouden van vaarwegen door steeds mijnen te vegen.
Trawlers waren niet zo geschikt voor het begeleiden van konvooien, ze waren te langzaam en beperkt.
Ze voldeden in kustwateren en soms een stuk verder.
Voor het verdedigen van die konvooien werd vanuit die trawlers een ander type schip ontwikkeld: de korvet.
Korvetten
‘Het enige dat me echt bang maakte tijdens de oorlog was het U-bootgevaar’
Winston Churchill.
De eerste reeks korvetten van de Flower-klasse waren zo’n 210 anti-onderzeeboot-schepen.
Special ontwikkeld voor het varen onder alle weersomstandigheden.
Ze kregen de pennant-letter ‘K’ en werden gebouwd in de dertiger jaren op kleine werven die normaal niet voor de marine werkten.
Deze klasse kreeg ‘bloemennamen’ bij hun doop voor de Engelse marine.
De verbouwde ‘HMS. Camelia’, de voormast werd achter de brug geplaatst en de opbouw verlaagd.
Ze werd de Nederlandse vangboot ‘Hetty W. Vinke’.
De Flower-klasse beperkte zich strikt tot het jagen op onderzeeërs bij konvooien.
Ze waren stevig gebouwd en zeewaardig, maar traag, ongepantserd, met enkelvoudige installaties, slecht bewapend voor gevechten op zee en tegen luchtaanvallen.
Door hun kleine formaat konden ze geen geavanceerde anti-duikboot materiaal huisvesten, ze hadden ook te weinig actieradius.
Ze bleken echter wendbaar in zwaar weer, waarin torpedobootjagers het moeilijk hadden.
Door kundigheid, sonar en een grote voorraad dieptebommen waren ze bekwame onderzeebootjagers.
Voorbeeld
De ‘Southern Pride’ uit 1936 werd als voorbeeld gebruikt.
Het was een walvisjager met goede zeewaardige eigenschappen.
De ‘Southern Pride’ verging in 1944 ter hoogte van Freetown.
Korvetten van de Flower-klasse werden ook in Canada gebouwd voor de Engelsen.
Om later uitgeleend te worden aan de Canadezen.
Ze werden dan veelal aangeduid met plaatsnamen.
De ‘HMCS. Weyburn’ verging in 1943 bij Gibraltar door een mijn die door de ‘U-118’ gelegd was.
De korvetten brachten een groot deel van de Duitse onderzeeërs tot zinken tijdens de Slag om de Atlantische Oceaan van 1941 tot 1944.
Hun bemanningen waren geharde kerels, gewend aan overmatige slingeringen en slechte accommodatie.
Het waren z.g.n. ‘slingerbakken’.
De snelheid was echter nooit voldoende voor de taak die ze moesten uitvoeren met hun viercilinder stoommachine met drievoudige expansie die slechts 2-3 knopen langzamer was dan die van een onderzeeboot ’s die nachts aan de oppervlakte kwam.
In ieder geval ruim onder de minimale 20 knopen zat die de marinestaf nodig had voor optimale anti-onderzeeboot uitvoering.
Jacht
De ‘HMS. Campanula’ en de ‘HMS. Mignonette’ redden in 1943 de opvarenden van de ‘Afrika’ die getorpedeerd was door de ‘U-402’.
De ‘U-402’ werd in 1943 ten noorden van de Azoren door Avengers van de ‘USS. Card’ tot zinken gebracht.

De ‘HMS. Mignonette’ was ook betrokken bij het vernietigen van de ‘U-135’ samen met de ‘HMS. Rochester’ en de ‘HMS. Balsam’ bij de Canarische eilanden.
Het vernietigen van de ‘U-1199’ in 1945 deed de ‘HMS. Mignonette’ samen met de ‘HMS. Icarus’ bij Falmouth.
De ‘HMS. Camelia’ en de ‘HMS. Arbutus’ brachten bij IJsland de ‘U-70’ tot zinken.
De ‘HMS. Arbutus’ werd bij Ierland in 1942 door de ‘U-136’ getorpedeerd en zonk.
De overlevenden werden door de ‘HMS. Chelsea’ gered.
Het schip werd in 1949 gesloopt.
De ‘U-136’ had bij New York het Nederlandse schip ‘Arundo’ in 1942 tot zinken gebracht, ze werd op haar beurt door de ‘FF. Léopard’, de ‘HMS. Spey’ en de ‘HMS. Pelican’ in 1942 vernietigd bij Madeira.
De ‘FF. Léopard’ liep in 1943 aan de grond bij Benghazi en ging verloren.

De ‘HMS. Snowberry’ werd in Canada gebouwd voor de Engelse marine.
Voer in 1940 naar Engeland voor afwerking en strijd.
Ze werd in 1941 uitgeleend aan Canada die haar regelmatig aanpaste aan de omstandigheden.
De ‘HMCS. Snowberry’ had in samenwerking met de ‘HMS. Nene’ en de ‘HMCS. Calgary’ de ‘U-536’ voorgoed onder water laten gaan.
De ‘U-536’ was voorzien van een Nederlandse vinding, een ‘Schnorchel’.
De ‘HMS. Nene’ was een korvet van de ‘River-klasse’.
In 1944 voer ze voor Canada om in 1945 naar Engeland terug te keren.
Ze werd in 1955 gesloopt.
De ‘HMCS. Snowberry’ voer in een konvooi bij Cape Oregal (Spanje) toen ze aangevallen werden door een eskader ‘Dornier Do-217’ en ‘Junker Ju-87’ toestellen.
Ze ontkwam, maar de ‘HMS. Egret’ werd getroffen door een ‘Henschel HS-293’.
Het was het eerste schip dat getroffen werd door een geleid wapen.
Niet alle korvetten waren op zee.
Soms moesten ze wachten op de dingen die komen gingen.
Even rust.
De korvetten: ‘HMS. Alisma’, ‘HMS. Dianella’, ‘HMS. Sunflower'(ankers uit) en ‘HMS. Kingcup’.
Ondanks hun vele beperkingen waren de korvetten geduchte tegenstanders van de U-boten.
De ‘HMS. Stonecrop’ had aandeel in het zinken van de ‘U-124’ en de ‘U-634’ met dieptebommen.
Samen met de ‘HMS. Black Swan’ de ‘U-124’ bij Portugal en met de ‘HMS. Stork’ de ‘U-634’ bij de Azoren.
De ‘HMS. Stonecrop’ werd in 1947 verkocht en werd later de Nederlandse walvisjager ‘Martha W. Vinke’.
Gesloopt in 1969.
Er waren genoeg korvetten die gewoon hun werk deden op alle zeeën en konvooien begeleiden om ze te beschermen tegen duikboten.
De ‘HMS. Orchis’ vernietigde in 1944 de ‘U-741’ in Het Kanaal.
In dat zelfde jaar liep de ‘HMS. Orchis’ op een mijn en werd aan de grond gezet bij Juno Beach.
Ze werd als verloren verklaard.
De ‘HMS. Hollyhock’ werd in 1942 door Japanse vliegtuigen aangevallen en zonk.
De toestellen waren van het vliegdekschip ‘Soryu’.
De ‘HMS. Coriander’ gleed in 1941 te water als ‘HMS. Iris’.
Ze werd gelijk uitgeleend aan de Vrije Franse marine als ‘FFN. Commandant Detroyat’.
Soms werd een onderzeeër gewoon geramd om haar te vernietigen.
De ‘U-432’ en de ‘U-444’ kwamen zo aan haar eind door de ‘FF. Aconit’.
De ‘HMS. Sunflower’ wist ook twee Duitse onderzeeërs te vernietigen.
De ‘U-631’ en de de ‘U-638’.
Daarvoor had de ‘U-631’ het Nederlandse schip ‘Terkoelei’ laten zinken.
De ‘U-631’ bracht midden op de Atlantische Oceaan de ‘Terkoelei’ tot zinken.
Ze was 1939 in Soerabaja opgelegd als het Duitse schip ‘Essen’ uit 1923.
In 1940 door Nederland in beslag genomen, die haar onder de naam ‘Terkoelei’ terug in de vaart bracht.
De ‘HMS. Abelia’ werd in 1944 aangevallen door een duikboot, ze ontkwam maar verloor wel haar roer.
De ‘HMS. Portchester Castle’ vernietigde de ‘U-484’ en de ‘U-1200’.
Bij de ‘U-484’ was ook het fregat ‘HMS. Helmsdale’ betrokken.
De ‘U-484’ ging te westen van Ierland in 1944 voorgoed ten onder.
Samen met haar zusterschepen de ‘HMS. Launceston Castle’, de ‘HMS. Pevensey Castle’ en de ‘HMS. Kenilworth’ werd in 1944 de ‘U-1200’ opgejaagd en tot zinken gebracht in Het Kanaal.
De Amerikaanse ‘USCGC. Spencer’ vernietigde de ‘U-175’ in 1943 midden op de Atlantische Oceaan met dieptebommen.
Lenen
De ‘HMS. Heliotrope’ uitgeleend in 1942 naar Amerika, ze werd de ‘USS. Surprise’ met nummer PG-63.
Na de inval van Japan op Pearl Harbour kwam Amerika erachter dat ze een tekort aan escorteschepen had en werden er, ironisch genoeg, tien schepen van Engeland geleend en pasten die aan aan hun eisen.
De ‘USS. Alacrity’ en de ‘USS. Intensity’ werden in Canada gebouwd voor de Engelsen, maar gingen gelijk over naar Amerika.
In 1945 werden deze schepen weer teruggeven aan Engeland.
Ook de Negerlandse marine kreeg een korvet te leen, de ‘HMS. Carnation’.
Ze heeft als ‘Hr.Ms. Friso’ van 1943 tot 1944 dienst gedaan, daarna werd ze teruggegeven.
Ze werd opgelegd tot 1948 en verkocht naar Noorwegen als walvisjager ‘Southern Laurel’.
Gesloopt in 1966.
Vergaan
Er vergingen ook de nodige korvetten door duikboten zoals:
de ‘HMCS. Alberni’ in 1944 door de ‘U-480’.
de ‘HMS. Arbutus’ in 1942 door de ‘U-136’.
de ‘HMS. Bluebell’ in 1945 door de ‘U-711’.
de ‘HMCS. Charlottetown’ in 1942 door de ‘U-517’.
de ‘HMS. Fleur de Lys’ in 1941 door de ‘U-206’.
de ‘HMS. Gladiolus’ in 1941 door de ‘U-553’.
de ‘HMCS. Levis’ in 1941 door de ‘U-74’.

de ‘HMS. Picotee’ en de ‘HMS. Salvia’ in 1941 door de ‘U-568’.
de ‘HMS. Polyanthus’ in 1943 door de ‘U-952’.
de ‘HMCS. Regina’ in 1944 door de ‘U-667’.
de ‘HMCS. Shawinigan’ in 1944 door de ‘U-1228’.

de ‘HMCS. Spikenard’ in 1942 door de ‘U-136’.
de ‘HMS. Zinnia’ in 1941 door de ‘U-564’.
de ‘HMS. Asphodel’ in 1944 door de ‘U-575’.
De ‘U-575’ had in 1941 ook het Nederlandse schip ‘Tuva’ bij Schotland getorpedeerd.
Dit schip was in 1940 al een keer beschadigd door een ‘He-111’ waarbij een aantal opvarenden omkwamen.
Met groot overmacht aan schepen en vliegtuigen werd de ‘U-575’ bij de Azoren voorgoed tot zinken gebracht.
Ze werd door de ‘HMCS. Prince Rupert’, de ‘USS. Hobson’ en de ‘USS. Haverfield’ opgejaagd, om door dieptebommen vanuit een ‘Vickers Wellington’, een ‘Grumman Avenger’ en een Britse ‘Boeing B-17 Fortress’ vernietigd te worden.
De ‘Avenger’ kwam van het vliegdekschip ‘USS. Bogue’.
De ‘HMCS. Prince Rupert’ nam de overlevenden van de ‘U-575’ aan boord.

Weersomstandigheden
Schepen die de zeeën ook bij slecht weer bevoeren.

Veel van deze schepen werden na de oorlog in 1945 bedankt voor hun bewezen diensten.
Daarna opgelegd, verkocht of gesloopt.
Verbetering
Korvetten van de ‘Flower-klasse’ voldeden niet helemaal.
Gebruikt door de Engelse en Canadese marine en waren eigenlijk bedoeld voor de bewaking van de kustwateren.

Er werden wat aanpassingen gedaan, zoals de voormast achter de brug plaatsen en de opbouw te verlagen.
Het bleven verder wiebelende schepen.
In 1955 werd ze een Nederlandse walvisjager tot 1966, de ‘Willem W. Vinke’
Dat de korvetten van de ‘Flower-klasse’ tekortkomingen hadden, betekende dat er al snel plannen werden gemaakt voor vervanging met een hogere snelheid en andere verbeteringen.
Een tussen-oplossing was om de ‘Flower-klasse’ aan te passen.
Castle-klasse
Het korvet van de ‘Castle-klasse’ was wel ontworpen voor konvooi-escorte op de oceaan.
Ze werden eveneens gebouwd op scheepswerven waar ook de ‘Flower’s’ vandaan kwamen.
De ‘Castle-klasse’ was al een verbetering ten opzichte van de kleinere ‘Flowers’, die ontworpen waren voor gebruik in de kustwateren inplaats van op de open oceaan.
De korvetten van de ‘Castle-klasse’ kwamen eind 1943 in dienst.
Ze waren iets langer en hadden twee stoommachines die elk een schroef aandreven.
Ze kregen betere bewapening en hun actieradius was zo’n 12.000 km bij een snelheid van 15 knopen, ze voeren dus amper sneller.
De ‘HMS. Farnham Castle’ werd in 1945 opgeleverd en zou met een konvooi vanaf de Clyde vertrekken toen Duitsland zich overgaf.
Het schip verdween gelijk in de mottenballenvloot om in 1960 gesloopt te worden.
Een aantal schepen werden in Engeland gebouwd, maar gingen voor hun afwerking naar Canada.
Er werden 44 ‘Castle-schepen’ gemaakt.
De meeste bleven daarna onder Canadese vlag varen onder hun gegeven pennant-nummer.
De ‘HMCS. Arnprior’ was de ex-‘HMS. Rising Castle’.
De ‘HMCS. Petrolia’ was de ex-‘HMS. ‘Sherborne Castle’.
De ‘HMS. Hurst Castle’ werd door de ‘U-482’ getorpedeerd.
Ze was samen met haar zusterschip ‘HMS. Oxford Castle’ op zoek naar die onderzeeër toen ze daardoor getroffen werd.
De opvarenden konden allemaal gered worden door de ‘HMS. Ambuscade’.
De ‘U482′ werd op haar beurt bij de Shetland’s door de ‘HMS. Ascension’ gekelderd.
Ze was de ‘USS. Hargood’ die voor ze afgebouwd was naar de Engelsen ging.
Bedoeld als een fregat, maar de Engelsen gebruikten haar als een korvet.
De ‘HMS. Amberley Castle’ werd na haar actieve dienst bij de marine in 1959 omgebouwd tot een weerschip en gesloopt in 1982.

De ‘HMS. Rushen Castle’ werd ook na haar actieve dienst bij de marine in 1960 omgebouwd tot een weerschip en eveneens in 1982 gesloopt.
De ‘HMS. Denbigh Castle’ werd bij Moermansk geraakt door een torpedo uit de ‘U-992’.
Met behulp van de ‘HMS. Serapis’ en de ‘HMS. Bluebell’ werd getracht het schip te redden.
De ‘HMS. Denbigh Castle’ zonk echter toch.
De ‘U-992’ gaf zich in 1945 te Narvik over, werd naar Engeland gebracht om daarna door geschutsvuur tot zinken te worden gebracht.
De geschiedenis van de ‘Castle-schepen’ was niet zo spectaculair als die van de mindere ‘Flower’s’.
De U-boten hadden in het begin van de strijd op de oceanen een overwicht en de ‘Flower’s’ moesten die weerstaan.
Half 1943 werden de resultaten van de U-boten minder.
De belangrijkste oorzaak hiervan was zeker het kraken van de Enigma-code door de geallieerden.
De U-boten werden opgejaagd, al troffen ze nog regelmatig doel.
Fregat
Eind 1940 waren er al plannen om een betere versie van een escorte-schip te maken.
De noodzaak om de onmisbare konvooien beter te beschermen.
Er werd voortgeborduurd op het ontwerp van de korvet.
Ze moesten groter, beter bewapend, doeltreffender en zeker sneller zijn.
Het ontwerp werd een fregat van de ‘River-klasse’.
Deze schepen werden niet alleen in Engeland gemaakt, maar ook in Canada en Australië.
In Canada werden er ook een aantal fregatten gebouwd voor de Amerikanen.
Er kwamen zo’n 151 ‘River-fregatten’ in de vaart.
Sinds de Amerikanen bij de oorlog betrokken raakten, werden schepen voor de Amerikaanse kust regelmatig, vooral tankers die van de Caraïben kwamen, aangevallen door U-boten.
Ze hadden escorte-schepen nodig.
Er werd een tweetal ‘River-klasse’ schepen door de Engelsen aan de Amerikanen uitgeleend als voorbeeld.
De ‘HMS. Adur’ en de ‘HMS. Annan’ werden resp. de ‘USS. Asheville’ en de ‘USS. Natchez’.
De ‘USS. Natchez’ hielp in 1945 mee om de ‘U-879’ te vernietigen bij Cape Hatteras.
De Amerikanen brachten de nodige verbeteringen aan.
Ze maakten ze langer en smaller.
Kregen een grotere bunkercapaciteit en zwaardere bewapening.
Werden de secties van de schepen aan elkaar gelast en niet meer geklonken.
Eenentwintig schepen van die klasse werden overgedragen aan de Engelsen, waar ze bekend stonden als fregatten van de ‘Colony-klasse’.
In aanbouw v.l.n.r. de ‘HMS. Zanzibar’, de ‘HMS. Seychelles’, de ‘HMS. Pitcairn’, de ‘HMS. Sarawak’ en de ‘HMS. Tortola’.
De ‘Nyasaland’ en de ‘Papua’.
De ‘USS. Moberly’ en de ‘USS. Atherton’ brachten voor de Amerikaanse kust met dieptebommen de ‘U-853’ voorgoed tot zinken.
De ‘USS. Hoquiam’ en de ‘USS. Bisbee’ waren fregatten die verder ontwikkeld werden in Amerika.

Beide werden in 1945 overgedaan aan de Rusland.
De ‘USS. Evarts’ was al van de ‘Tacoma-klasse’.
In samenwerking met de in Amerika ontwikkelde fregatten, die ook aan Engeland geleverd waren, ontstond er een overmacht.
Het was gedaan met de suprematie van de U-boten en in 1944 vergingen er meer dan ze schepen konden vernietigen.
Van de 1168 U-boten gingen er 783 ten onder.
In Australië werden 12 fregatten gebouwd, waaronder de ‘HMAS. Barcoo’.
Alle fregatten waren voorzien van een ‘Hedgehog-installatie’.
Een soort mortier dieptebommen die meestal van het voorschip afgevuurd werden.
Ondanks dat de fregatten aan het eind van de oorlog succesvol ingezet werden, was hun ontwikkeling bepalend van de strijd tegen de Duitse U-boten.
Verloren
Er waren ook fregatten die de strijd tegen de U-boten verloren.
Zoals de ‘HMS. Itchen’ en de ‘HMS. Mourne’.
De ‘HMS. Itchen’ werd door de ‘U-666’ midden op de Atlantische Oceaan getorpedeerd.
Overlevenden werden gered door het Poolse schip ‘Wisla’.
De ‘U-666’ ging ten westen van Ierland in 1944 door dieptebommen uit een ‘Fairey Swordfish’ ten onder.
Het vliegtuig kwam van het vliegdekschip ‘HMS. Fencer’.
De ‘HMS. Mourne’ werd het slachtoffer van de ‘U-767’.
Ze werd in 1944 bij Guernsey getorpedeerd en zonk.
De ‘U-767’ werd in Het Kanaal door de torpedobootjagers ‘HMS. Fame’, de ‘HMS. Inconstant’ en de ‘HMS. Havelock’ met dieptebommen vernietigd.
Conclusie
Als je al die gegevens op je laat inwerken, besef je pas de zinloosheid van oorlog.
Een verkwisting van mensenlevens en hoogwaardige schepen.
Wat een kostbaar materiaal ging er verloren aan beide kanten.
Allemaal door marcherende en brallerige mannen die de wereld naar hun hand wilden zetten.
Wat is er allemaal niet vernietigd wat de mens zo zorgvuldig en met liefde opgebouwd had.
We leren er niets van!
Zij die willen wat wij moeten zeggen.


































































































































































































































































































































































































































































Geef een reactie