Onbekend

 

…Al eeuwen glijden schepen met het nodige ceremonieel naar hun element.
Haar opvarenden kunnen beoordelen of het een goed schip was of niet.
Schepen die zeeën bevoeren zonder op te vallen, gewoon gebruikt werden waar ze voor gebouwd waren.
Solide werkpaarden van de zee, simpele schepen, modern in hun tijd.

 

Modern in haar tijd.

 

Ze werden gekoesterd door haar bemanning, omdat het hun huis en thuis was.
Schepen met hun kenmerkende geuren van brandstof en verroesting, doorweven met die van de zilte zee.
Geruststellende geluiden van romp, machines en wand.
Mannen die met haar mee bewegen terwijl ze slingert en stampt op het ritme van de golven.
Schepen met een zeeg en met kuren, gelijk een mens!

 

Zeeg.

 

Onbekend maakt onbemind.
Het leven van een schip dat wordt bepaald door haar omstandigheden.
Om meestal in stilte en in de vergetelheid te raken.

De ‘Trito’ 1921-1940.

 

Dat zal ook voor de ‘Trito’ van de rederij Hudig & Veder gelden.
Ze werd gebouwd bij de de Boele werf in Slikkerveer en in 1921 opgeleverd.
Tijdens haar reis van Darthmoor naar Southampton met een lading kolen werd ze, eind 1940, ter hoogte van Portland door vijandelijke vliegtuigen met bommen tot zinken gebracht.
Slecht drie opvarenden overleefden deze tragedie.

Walmend.

 

Zo zijn er meer schepen vergaan zonder noemenswaardige roem.
Alleen bekend bij degene die er op gevaren hebben en daar herinneringen aan hebben overgehouden.

De ‘Sirrah’ van Nievelt Goudriaan & Co. verging ook, al voer ze toen al onder Panamese vlag.
Ze werd in 1917 opgeleverd door de werf RDM.
Overleefde de Eerste Wereldoorlog en werd in 1930 door omstandigheden opgelegd.
Verkocht in 1939 naar Griekenland, die haar de naam ‘Halcyon’ gaven.

De ‘Sirrah’ 1917-1939.
Neutraal tijdens WO1.
De ‘Sirrah’ en het zeilschip ‘Peking’.
Als Griekse ‘Halcyon’ 1939-1942.

 

De ‘U-109’ bracht haar met kanonvuur in 1942 tot zinken bij de Bermuda’s.

Een ‘Martin Mariner’ vliegboot vond de sloepen met overlevenden

Een ‘Martin Mariner’.

 

Tekening ‘Martin Mariner’.

 

De Nederlandse Marine Luchtvaart Dienst gebruikte ook ‘Mariners’s’ voor kustbewaking.

Een Nederlandse ‘Mariner’.

 

Die leidde de Engelse tanker ‘British Prestige’ naar de rampplek, die de onfortuinlijke aan boord nam.

De ‘British Prestige’ 1931-1956.
Hier in degelijk oorlogsgrijs.

 

De ‘U-109’ werd ten westen van Ierland door een Engelse ‘Liberator’ in 1943 tot zinken gebracht.

 

Tekening ‘U-109’ 1940-1943.

 

Een B-24 ‘Liberator’.

 

De ‘Boekelo’, gebouwd bij Vuijk & Zn. te Capelle a/d IJssel en in 1930 te water ging.
Ze kreeg met twee Duitse onderzeeërs te maken.

De ‘Boekelo’ 1930-1940.

 

Eerst de ‘U-100’ die haar beschadigde, de dag erna de ‘U-123’ die haar met met één torpedo tot zinken bracht.
Haar bemanning werd gered.

 

Tekening ‘U-100’ 1940-1941.

 

De ‘U-100’ werd in 1941 bij IJsland vernietigd.
Ze werd eerst door de ‘HMS. Vanoc’ geramd, om een dag later door dieptebommen van de ‘HMS. Walker’ voorgoed te zinken.

De ‘HMS. Vanoc’ 1917-1945.
De ‘HMS. Walker’ 1918-1932 1939-1945.

 

De ‘U-123’ liet ook de ‘Grootekerk’ in 1941 zinken.
De onderzeeër werd in 1944 uit dienst genomen en liet men haar zinken.
In 1945 weer gelicht en aan de Fransen gegeven die haar omdoopten tot ‘Blaison’ en tot 1959 er mee voeren.

 

Tekening ‘U-123’ 1940-1944.

 

De ‘Grootekerk’ was eerst de ‘Grootendyk’ van de NASM en ging in 1923 bij de werf ‘Nieuwe Waterweg’ Schiedam te water.
Werd in 1931 overgenomen door de VNS en in 1932 grondig verbouwd.

De ‘Grootendyk’ 1923-1931.
De ‘Grootekerk’ 1931-1941 voor haar verbouwing.
De ‘Grootekerk’ in 1932 na haar verbouwing.
Neutraal in 1939.

 

Ze verging in 1941 ten westen van Ierland met man en muis.

De ‘Polyphemus’ voer voor de rederij NSM ‘Oceaan’ en werd in 1942 op de Atlantische Oceaan door de ‘U-578’ getorpedeerd en tot zinken gebracht.

De ‘Polyphemus’ 1930-1942.
Als neutraal schip langs badgasten.

 

Tekening ‘U-578’ 1941-1942.

 

De ‘U-578’ verdween in 1942 spoorloos in de Golf van Biskaje.

Van de ‘Polyphemus’ verloren vijftien bemanningsleden hun leven, terwijl de overige tweeenzestig opvarenden in de sloepen gingen.
Kort daarvoor had ze nog drenkelingen van de Noorse tanker ‘Norland’ aan boord genomen.

De ‘Norland’ en de ‘U-108’.

 

De Noorse tanker ‘Norland’ werd bij de Bermuda’s door de ‘U-108’ getorpedeerd.

 

Tekening ‘U-108’ 1940-1945.

 

De sloepen raakten elkaar kwijt.
Twee sloepen werden door Portugese schepen gevonden, de ‘Maria Amélia’ en de ‘Mirandella’, ze waren van dezelfde maatschappij.

De ‘Maria Amélia’.

 

Tekening ‘Maria Amélia’.

 

Geredden van de ‘Polyphemus’.
De ‘Mirandella’ 1927-1955.

 

Tekening ‘Mirandella’.

 

Eén sloep werd door het Noorse schip ‘Torvanger’ gevonden, ze nam de overlevenden aan boord en bracht ze aan de wal.
De ‘Torvanger’ werd later door de ‘U-84’ in 1942 bij de Azoren tot zinken gebracht.

De ‘Torvanger’ 1923-1942.
De vroegere ‘Grande Gaard’ 1920-1923.

 

Tekening ‘U-84’ 1941-1943.

 

De ‘U-84’ werd door een torpedo uit een ‘Consolidated Liberator’ bij de Bermuda’s vernietigd.

Een ‘Consolidated PB4Y-1’.

 

Tekening ‘Consolidated PB4Y-1’.

 

De ‘U-566’ en de ‘U-593’ doken op om de schipbreukelingen in hun sloepen te bevoorraden en de richting te wijzen.
Ze waren beide van het type-VIIC.

De ‘USCGC. General Greene’ vond ook een sloep met bemanningsleden van de ‘Polyphemus’ en bracht ze naar Nantucket.

De ‘USCGC. General Greene’ 1927-1968.

 

Er waren ook schepen die tijdperken overbrugden.
Beide wereldoorlogen overleefden en bleven doorvaren.

De Juno’ van de KNSM was er zo één.
In 1908 bij de werf v/h Rijkee in Katendrecht te water gegaan om pas in 1960 naar de sloper in Italië te varen.

De ‘Juno’ 1908-1948.
In oorlogsgrauw.

 

Na veertig jaar verkocht naar Griekenland om eerst als ‘Marvel’ (1948-1949) te varen, daarna als ‘Annoulla K. (1949-1960).

Met deklast onder Panamese vlag.

 

Ook de ‘Kelbergen’ overbrugde de jaren van oorlogen en crisis.
Ze liep in 1914 van stapel in Sunderland en voer voor de Maatschappij ‘Furness’.
Werd pas in 1959 gesloopt.

De ‘Kelbergen’ 1914-1951.

 

De ‘Kelbergen’ voer van 1917-1919 onder Engelse vlag.

Hier in de verfoeide grijze kleuren.
Tijdens WWII.

 

In 1951 werd ze naar Griekenland verkocht en voer ze onder Panamese vlag en met ‘Proteus’ als naam.

Als ‘Proteus’ 1951-1953.

 

In 1953 werd ze nog naar HongKong verkocht als ‘Lucas Trader’ en voer tot 1959 voor de sloper haar in zijn greep kreeg.

 

Samenhang

 

Bij de RDM werd in 1913 de ‘Wieldrecht’ opgeleverd, een tanker voor de rederij ‘Phs. van Ommeren’.
Het schip overleefde beide Wereldoorlogen.

De ‘Wieldrecht’ 1913-1930.

 

In 1917 werd het Noorse schip ‘Hekla’ door de ‘U-53’ bij Wolf Rock getorpedeerd.
De bemanning ging in de sloepen en roeiden richting Cornwall.
Ze werden door de ‘Wieldrecht’ opgepikt en die bracht ze naar Falmouth.

De ‘Hekla’ 1894-1917.

 

Tekening ‘U-53’ 1916-1918.

 

Ze werd door de Amerikanen in 1918-1919 gevorderd en werd even de ‘USS. Wieldrecht’.

De ‘Wieldrecht’ lag in 1927 samen met de in aanbouw zijnde ‘Hr.Ms. Evertsen’ in dok

De ‘Wieldrecht’ in dok.
De ‘Hr.Ms. Evertsen’ 1929-1942.

 

Tekening ‘Hr.Ms. Evertsen’.

 

In 1930 werd ze verkocht aan Reederij W.H. van der Zee te Rotterdam.

De ‘Myriel’ 1930-1947.

 

De ‘Myriel’ werd 1941 in de Middellandse Zee door de ‘U-431’ zwaar beschadigd door torpedo’s.
Ze deed dienst als watertanker.
Bleef drijven en kon ternauwernood Alexandrië bereiken.
In 1943 kwam ze weer in de vaart.

De ‘HMSAS. Southern Isles’ T-29 1940-1945.
Met een andere pennant nummer.
De ‘Southern Sea’ 1939-1941 nog als walvisjager.
De ‘HMSAS. Southern Sea’ T-30 1941-1946.

 

De bewapende Zuid-Afrikaanse trawlers waren voormalige Noorse walvisjagers en beschermden de watertanker.

 

Tekening ‘U-431’ 1941-1943.

 

De ‘Myriel’ werd in 1947 wederom verkocht, nu naar Italië en kreeg de naam ‘Miriella’.

De ‘Miriella’ 1947-1954.

 

Ze werd in 1954 opgelegd en in 1955 gesloopt.

De ‘HMS. Gurkha’ ging in 1940 bij Noorwegen verloren.
De Gurkha regimenten wilden een nieuw schip met die naam en zamelde daar geld voor in.
De ‘HMS. Larne’ van de L-klasse stond in 1940 nog op de helling toen haar naam veranderde in ‘HMS. Gurkha’.
Het nieuwe schip had ook geen lang leven.
Bij Sidi Barrani werd ze begin 1942 door de ‘U-133’ getorpedeerd en vloog in brand en zonk.

De ‘HMS. Gurkha’ L-20 1938-1940.
De ‘HMS. Gurkha’ G-63 1941-1942.

 

Tekening L-klasse.

 

In 1941 liet de ‘HMS. Gurkha’ de Italiaanse onderzeeër ‘RSMG. Adua’ met dieptebommen zinken.

 

Tekening ‘RSMG. Aura’ 1936-1941.

 

De ‘U-133’ liep bij Salamis op een eigen zeemijn en zonk voorgoed.

 

Tekening ‘U-133’ 1941-1942.

 

De overlevenden van de ‘HMS. Gurkha’ werden door de ‘Hr.Ms. Isaac Sweers’ aan boord genomen en in Tobroek aan land gebracht.

De ‘U-431’, die de ‘Wieldrecht’ in 1941 beschadigde, was ook verantwoordelijk voor het zinken van de ‘Hr.Ms. Isaac Sweers’ eind 1942.

De ‘Hr.Ms. Isaac Sweers’ in aanbouw bij de werf ‘de Schelde’.
De ‘Hr.Ms. Isaac Sweers’ 1940-1942.
In vol ornaat.

 

Tekening ‘Hr.Ms. Isaac Sweers’.

 

De ‘Isaac Sweers’, die net volgebunkerd was op zee, raakte door torpedo’s van de ‘U-431’ in brand.
Veel opvarenden kwamen daar bij om.
Met het zinken van de ‘Hr.Ms. Isaac Sweers’ ging de laatste torpedobootjager die de Koninklijke Marine nog over had ten onder.

De ‘U-431’ ging in 1943, door dieptebommen uit een ‘Wellington’, bij Cartagena voor altijd ten onder.

Een ‘Vickers Wellington’.

 

Tekening ‘Wellington’.

 

Kwartet

 

Eind februari 1941 verliet het konvooi OB-290 Liverpool op weg naar de andere kant van de oceaan.
In dat konvooi voeren ook vier Nederlandse schepen en een Belgisch vaartuig mee.
Het waren respectievelijk de tanker ‘Ceronia’, de vrachtschepen ‘Amstelland’, de ‘Suriname’, de ‘Beursplein’ en het Belgische schip ‘Kasongo’.

Konvooi.

 

Zuidwest van Ierland werd dit konvooi door Duitse vliegtuigen en onderzeeërs aangevallen.

De tanker ‘Ceronia’ 1939-1961.
De ‘Amstelland’ 1920-1941.
De Duitse ‘Este’ 1930-1940, werd de ‘Suriname’ 1940-1942.
De ‘Beursplein’ 1920-1941.

 

De ‘Beursplein’ had in 1921 schade opgelopen.
Ze voer voor de rederij Millingen, maar kon door stakingen in Nederland niet gerepareerd worden.
Werd door de ‘Jacob van Heemskerck’ van Wijsmuller naar Hamburg versleept.

De ‘Jacob van Heemskerck’ 1921-1927.

 

De ‘Amstelland’, de ‘Beursplein’ en de ‘Suriname’ werden door Focke Wulf fw-200 ‘Condor’ toestellen aangevallen.

 

Tekening ‘Focke Wulf fw-200 Condor’.

 

De ‘Beursplein’ zonk en de bemanning kon het schip verlaten.
Eén sloep met vier opvarenden werd door de ‘HMS. Weston’ gered, acht overlevenden in een andere sloep werden door de ‘HMS. Vanquisher’ aan boord genomen.
De sloep met de resterende tweeëntwintig bemanningsleden werd nooit teruggevonden.

De ‘HMS. Weston’ L-72 1933-1947.
De ‘HMS. Vanquisher’ D-54 1917-1945.

 

Tekening ‘HMS. Vanquisher’.

 

Door de aanvallen werd de ‘Amstelland’ zwaar beschadigd, maar bleef door inspanningen van haar bemanning drijven.
De ‘Zwarte Zee’ nam haar op sleeptouw.
Uiteindelijk zonk de ‘Amstelland’ toch.
Haar opvarenden konden het schip tijdig verlaten, alleen de kapitein verloor daarbij het leven.

De ‘Zwarte Zee’ 1933-1966.

 

De ‘Amstelland’ voer voor de KHL en werd in 1940 al eens eerder getorpedeerd.
Ze liep zware averij op door een torpedo uit de ‘U-65’.
Door de ‘HMS. Marauder’, een bergingsvaartuig uit de Brigand-klasse, werd ze naar Falmouth gesleept, terwijl de ‘HMS. Calendula’ in de buurt bleef als bescherming.

Een bergingssleper van de Brigand-klasse.
De ‘HMS. Calendula’ K-28 1940-1942…
…werd de ‘USS. Ready’ PG-67 1942-1945.

 

Aan het begin van WWII kenden de Amerikanen geen korvetten die schepen in konvooien konden begeleiden.
Ze namen er een aantal van de Engelsen over en pasten die naar hun eigen wensen aan, het werd de ‘Temptress-klasse’.

 

De ‘Temptress-klasse’.

 

De ‘U-65’ werd in 1941 door de ‘HMS. Douglas’ met dieptebommen bij IJsland vernietigd.

 

Tekening ‘U-65’ 1940-1941.

 

De ‘HMS. Douglas’ 1918-1945.

 


De ‘Suriname’ werd beschadigd, maar kon haar reis voortzetten.
Terwijl de ‘Ceronia’ de dans ontsprong.

De ‘Kasongo’ 1918-1941.

 

Het Belgische schip ‘Kasongo’ werd door torpedo’s uit de ‘U-47’ tot zinken gebracht.
Vierenveertig bemanningsleden werden door de ‘HMS. Campanula’ gered en naar Gourock aan de Firth of Clyde gebracht.
Zes opvarenden overleefden het niet.

De ‘HMS. Campanula’ K-18 1940-1947.

 

Tekening ‘U-47’ 1938-1941.

 

De ‘U-47’, die 31 schepen liet zinken, verdween spoorloos in 1942 op de Atlantische Oceaan.

 

Schip.

 

Ik ben van 1947 en voor ik benul had om naar zee te gaan, waren deze schepen al verdwenen en vergeten.
De schepen waar ik zelf op voer zijn ook verdwenen en vergeten.
Veel schepen kregen nooit hun aandacht, er zijn er ook zoveel geweest.
Op de gewaardeerde site ‘marhisdata.nl’ zijn ze nog terug te vinden, maar je moet hun naam wel kennen.
Sommige tracht ik er één aan de vergetelheid te onttrekken.

 

Geef een reactie