…Aan boord van zeegaande schepen ging vaak een boekenkist mee.
Zo ook bij Wijsmuller.
Dat bestaande fenomeen wordt weleens over het hoofd gezien.
Eén of andere instantie verzorgde een soort bibliotheek d.m.v. die kist.
Deze kist stond vaak in de eigenaarshut of ziekenboeg.
Goed, er zaten vaak gedateerde boeken in, maar de leeshonger kon er mee gestild worden.
Je was in staat om de Libelle of de Margriet van achteren naar voren te lezen, áls ze aan boord waren.
De ‘Playboy’ was zeer beduimeld.
Ruilen
In een vreemde haven werd deze kist vaak met andere Nederlandse schepen geruild.
Weer nieuw leesvoer.
Meestal namen de opvarenden leeswerk mee van huis en dat werd dan onderling van elkaar geleend.
Soms kreeg je weleens scheve gezichten als je, je nog niet zelf gelezen boek, niet uitleende.
In iedere haven werd naar de post uitgekeken, want vaak zat er ook het krantje ‘Wacht te kooi’ bij.
Dat werd werkelijk stukgelezen, het was ook van zeer dun papier.
In Libië kregen we soms ook een Nederlandse krant, waar de letters verbleekten door de vele ogen die de stukken lazen.
Om daarna naar andere Hollanders te gaan die op dat moment in Marsa el Brega verbleven.
Vaak Esso-personeel die op de raffinaderij werkten.
Lezen is aan boord, naast werken en slapen, een noodzakelijke bezigheid.





Geef een reactie